Sinds kort is het archief van de heerlijkheid IJzendoorn toegankelijk en staat de archieftoegang online. Deze heerlijkheid was misschien niet omvangrijk, maar ze bezat de hoge jurisdictie en haar invloeden waren tot ver en diep in de plaatselijke samenleving merkbaar. Het dorp IJzendoorn ligt aan de Waal in de gemeente Neder-Betuwe, tussen Echteld en Ochten.
Hoge jurisdictie
Wat betekent dat? De heerlijkheid bezat drie jurisdicties: laag, middel en hoog. Jurisdictie geeft de bevoegdheid van een rechter of rechtbank aan. De heer van IJzendoorn mocht eenvoudige vonnissen uitspreken, boetes opleggen, maar ook de doodstraf uitspreken in strafrechtszaken. Archivaris Wilfried Ahoud somt in de inleiding van de archieftoegang de rechten van de heer van IJzendoorn op (een greep): het hebben van een leenkamer, het inspecteren (schouw voeren) van waarden (buitendijks terrein in rivierengebied) en dijken, het benoemen van rechters, dijkgraven, schout, schepenen, schoolmeester en buurmeesters en het aanstellen van de predikant (collatierecht). De heer bezat onder meer tijnsen (jaarlijkse betaling aan de heer in verband met rechten die aan een onroerend goed waren verbonden), erfpachten, het windrecht van de molen en de vrije jacht en visserij in de Waal, Linge en kolken (waterplas overgebleven na een dijkdoorbraak). Bovendien beschikte de heer over een eigen bank en grafkelder in de lokale kerk. De heer had een grote vinger in de pap in de lokale gemeenschap.
Veel namen van geslachten en andere namen
Bekende namen in deze regio zijn: De Cock van Delwijnen, Mouthaan, Van Omphal, De Pagniet, Pieck, Van Wijhe, Van Balveren. Wie de inventaris doorneemt stuit op tal van namen van aanzienlijke geslachten. Maar ook op namen van andere lieden, zoals schuldenaren, predikanten, pachters, weduwen et cetera. Wie kent Jantje Spies, weduwe van Barent Barendse Sluyters? Of de weduwe van schepen Jacob van Heun? Het archief van de heerlijkheid IJzendoorn is een rijke bron voor genealogen en streekhistorici, die er naar hartenlust in kunnen grabbelen.
Neem bijvoorbeeld de inwonerslijst van IJzendoorn uit 1693 met vermelding van hun beroep of bedrijf. Het hart van menig stamboomvorser of streekhistoricus begint sneller te slaan van zo’n document.
Een van de oudste stukken in het heerlijkheidsarchief gaat over het Land van Maas en Waal. Het betreft een fragment van het landrecht van Maas en Waal, afgekondigd door de graaf van Gelre in 1321. Het document is niet een origineel uit 1321, maar een kopie uit de 15e eeuw.
Gelders archief: Heerlijkheidsarchief IJzendoorn
Heerlijkheidsarchief IJzendoorn met veel persoons- en plaatsnamen
Nieuwe website Gelders Archief
Wie veel gebruik maakt van onze website zal het gelijk zien: de layout van het zoeken op de website is veranderd. De zoekbalk en de filters zijn nu overzichtelijk bovenaan een pagina met zoekresultaten te vinden. Daarnaast zijn de zoekingangen nu digitaal toegankelijk, zodat bezoekers met een zichtbeperking de zoekingang ook goed kunnen gebruiken.
Voorheen stonden de zoekfilters zoals ‘Materiaal’, ‘Plaats’ of ‘Categorieën’, rechts op de webpagina. Het aanklikken van filters kan nu nog steeds, maar deze staan onder de zoekbalk. Door er op te klikken, klapt er een menu uit met verschillende filteropties om uw zoekopdracht te verfijnen.
De filters verschillen per soort archiefstuk waarin u zoekt. De filters voor het zoeken naar bouwdossiers zijn anders dan de filters voor personen.
Via de knop ‘Uitgebreid zoeken’ kunt u de website doorzoeken op bijvoorbeeld toegangscode, naam en op periode. Als alles is ingevuld ziet u de zoekresultaten door op ‘Zoek’ te klikken. Rechts bovenin vindt u zoektips, die het vinden van het juiste archiefstuk kunnen vergroten.
Veel succes met uw onderzoek! Heeft u hulp nodig? Bekijk onze veelgestelde vragen, stel uw vraag via info@geldersarchief.nl of maak gebruik van onze chatservice. Deze is elke werkdag beschikbaar van 13:00 tot en met 16:00.
Zie: Gelders Archief
DNA onthult het misbruik van de vruchtbaarheidsdokter
Dr. Don Cline was een amerikaanse vruchtbaarheidsdokter die zijn eigen sperma gebruikte om patiënten te insemineren zonder hun toestemming, volgens de Netflix-documentaire ‘Onze Vader’.
Jacoba Ballard begon de waarheid over haar afkomst en haar broers en zussen te ontrafelen met een DNA-test. Cline verwekte volgens de documentaire minstens 94 biologische kinderen, maar het exacte aantal verwekte kinderen is onmogelijk te weten. Ballard deed in 2014 een 23andMe-test en ontdekte dat ze zeven halfbroers en -zussen had. Ze nam contact op met de broers en zussen om meer te weten te komen over hun mysterieuze familieband en realiseerde zich dat elk van de moeders dezelfde vruchtbaarheidsdokter had gezien. Toen veel meer broers en zussen DNA-tests begonnen af te nemen, werd hun informatie aan de database toegevoegd en groeide het aantal broers en zussen in de telling. Elke keer dat er een nieuwe verbinding aan de database werd toegevoegd, bereidde Ballard zich voor om het nieuws te brengen, zei ze in de documentaire.
Ook in Nederland waren er diverse dokters die over de schreef gingen. Het is in principe mogelijk dat daardoor broer en zus met elkaar trouwen met het grote risico om kinderen te krijgen met aangeboren gebreken. Het lijkt me voor de boreling niet leuk om bij genetisch onderzoek te horen dat zijn vader en moeder broer en zus zijn.
BHIC: Nieuwe bronnen online: april
Burgerlijke stand
Overlijdens
· Gestel en Blaarthem: 1865-1882
· Loon op Zand: 1969-1970
· Luyksgestel: 1969-1970
· Made en Drimmelen: 1970
· Oirschot: 1893-1902, 1970
· Oost-, West- en Middelbeers: 1969-1970
· Raamsdonk: 1969-1970
· Riethoven: 1969-1970
· Teteringen: 1970
· Valkenswaard: 1970
· Vlijmen: 1969-1970
· Waalwijk: 1969-1970
· Zevenbergen: 1970
Doop-, trouw- en begraafboeken
Dopen
· Beers: 1759-1810
· Boxmeer: 1667-1737
Trouwen
· Veghel en Erp: 1649-1779
Begraven
· Beers: 1806-1810
Schepenbanken
· Berghem: 1771-1776
· Berlicum: 1806-1808
· Dinther: 1581-1819
· Erp: 17e-18e eeuw
· Lith: 1799-1806
· Macharen: 1784-1796
· Maren: 1785-1802
· Nistelrode: 1734, 1760, 1781, 1806-1808
· Stad en Land van Megen: 1801-1805
· Veghel: 1808-1809
Gescande archiefstukken
Via scannen-op-verzoek is een groot aantal archiefstukken gescand en online gepubliceerd. Bekijk het complete overzicht (Excel-bestand) >
Foto’s
Aan de digitale beeldbank zijn afgelopen maand diverse foto’s toegevoegd. Het betreft 36 foto’s in de collectie over Sint-Oedenrode (DCSOE).
“Gretna Green” Soms nog actueel.
Voor vele ouderen zegt Gretna Green nog wel wat. Het is echt een verhaal uit de oude doos. Het was heel bekend omdat je daar semi-clandestien kon trouwen zonder dat er veel navraag werd gedaan. In de kranten stonden regelmatig verhalen van die mogelijkheid. In de afgelopen eeuwen zijn er altijd plaatsen geweest waar koppels om verschillende redenen naartoe konden vluchten en trouwen. In recentere tijden was het omdat er misschien geen bloedonderzoek nodig was, of geen wachttijd, geen leeftijdsgrens of toestemming van de ouders. Deze op hol geslagen plekken worden vaak Gretna Green genoemd, zo genoemd vanwege de beroemde plek aan de Schotse grens waar Engelse stellen wegliepen nadat de Engelse Clandestine Marriage Act in de 18e eeuw was aangenomen.
Als u op zoek bent naar een akte van het huwelijk van uw voorouders en deze niet kunt vinden in het land van herkomst, denkt u misschien wat ruimer, afhankelijk van waar ze woonden. Er zijn veel gevallen waarin mensen op onverwachte plaatsen trouwen.
Niemand zou ooit van het Schotse dorp Gretna Green gehoord hebben, als niet in 1753 de Engelse “Marriage Act” werd aangenomen. Sindsdien moesten ouders toestemming geven als één van de huwelijkskandidaten nog geen 21 jaar oud was. De wet gold niet voor Schotland, en daar profiteerde het net over de grens gelegen Gretna Green van. In de jaren ’60 van de vorige eeuw werd Gretna Green ook een vluchtoord voor Nederlandse minderjarige stellen. Boze ouders en Interpol hadden het nakijken als een paar de Engels-Schotse grens was gepasseerd. Andere Tijden spoorde stellen op die vertellen over hun verboden liefde, de vlucht en de angst om voor ‘schaking’ opgepakt te worden.
Hoeveel Nederlandse stellen daar trouwden is niet bekend, maar in de jaren ’60 haalden dergelijke huwelijken regelmatig de kranten: tientallen jonge Nederlandse stelletjes die jaarlijks in het diepste geheim naar Schotland vluchtten om daar te trouwen. Alleen al in 1966 waren het er 43.
Vooral het plaatsje Gretna Green, net over de grens met Engeland is populair. Sinds de 18e eeuw had Schotland een eigen huwelijkswetgeving. Anders dan in de rest van Europa kon je hier vanaf je 16e trouwen zonder toestemming van de ouders. Bovendien waren de formaliteiten een stuk eenvoudiger. Het gaf Gretna Green een romantische klank. Maar de werkelijkheid van de jaren ’60 was vaak een stuk minder romantisch. Ongehuwd samenwonen was toen geen optie en trouwen kon pas vanaf je 21ste. Bovendien was tot de wetswijziging van 1970 ouderlijke toestemming nodig tot je 30ste levensjaar. Als ouders de huwelijkskandidaat niet zagen zitten kon je een bruiloft wel vergeten. De redenen voor ouders om een huwelijk te dwarsbomen waren talrijk: standsverschil, religieuze verschillen of het feit dat de ouders het inkomen van hun nog thuiswonende kind niet wilden opgeven.
Lea Nijs maakte het in 1963 allemaal mee. Ze was 18 toen ze met haar drie jaar oudere vriend Hub wilde trouwen, maar haar ouders vonden Hub geen goede partij en deden alles om de relatie te stoppen. Lea mocht geen contact met hem, kreeg huisarrest en kon haar geliefde alleen in het geheim een paar vluchtige momenten zien. Wachten tot hun 30ste was geen optie: “de situatie was echt onhoudbaar geworden”. Dus vertrokken ze hals over kop naar Schotland. Lea kon niet eens een koffer met kleren meenemen.
Helemaal zonder gevaar was de vlucht niet: als de ouders met behulp van politie het stel onderweg wist te onderscheppen, kon de bruidegom worden ingerekend voor schaking. Schaking betekent het zonder toestemming ontvoeren van een vrouw, om op die manier een huwelijk af te dwingen. Het kan daarbij ook gaan om een minderjarige vrouw die vrijwillig, maar tegen de zin van haar ouders wordt meegevoerd. De wet tegen schaking is in Nederland nog altijd van kracht: er kan een gevangenisstraf tot 6 jaar voor worden opgelegd.
Lea en Hub trouwden in Gretna Green, ondanks een wanhoopspoging van haar vader. Die reisde met behulp van Interpol het paar per auto en boot 1600 kilometer achterna, in de hoop het huwelijk nog te stoppen. Tevergeefs, want eenmaal in Schotland gold de Nederlandse wet niet. Tot het overlijden van Hub, nu twee jaar geleden, zijn de twee bij elkaar gebleven. De verhoudingen met Lea’s ouders zijn nooit meer goed gekomen. Lea Nijs: “ik heb er nooit spijt van gehad.”
Theo Althuizen had minder geluk. Ook hij vertrok met zijn toenmalige vriendin naar Schotland, maar hij had zijn trip niet goed genoeg voorbereid. Om in Gretna Green te kunnen trouwen moest je namelijk eerst drie weken in het dorp verblijven en ingeschreven staan. Theo en zijn vriendin hadden daar het geld niet voor en moesten onverrichter zaken terugkeren. In Nederland werd hij opgepakt op verdenking van schaking en moest een nacht doorbrengen in een Amsterdamse politiecel.
Gretna Green is tot op de dag van vandaag nog steeds één van de meest populaire trouwlocaties ter wereld is: vorig jaar trouwden er ruim 3500 stelletjes. Tegenwoordig is een huwelijk in Gretna Green echter zelden meer een noodsprong. Het is nu, een huwelijkslocatie die je kiest om de naamsbekendheid of de romantische geschiedenis, of simpelweg omdat je geen zin hebt in een groot feest.
Collectiebeheersysteem: van tekst naar link
Achter de schermen werken we aan het updaten van de infrastructuur van onze digitale bestanden. Het collectiebeheersysteem, waarin de archieven, genealogie, bibliotheek, beeldbank en het erfgoedregister staan, wordt vervangen door een nieuw programma. In 2020 zijn we begonnen met de aanbesteding. En vorig jaar gingen we van start met de inrichting van de nieuwe database en het migreren van de collecties. Een aardige klus, omdat we over gaan naar Linked Data. Een term die je tegenwoordig vaak langs hoort komen, maar wat is het precies?
Rembrandt
In ons huidige collectiebeheersysteem kunnen we, bijvoorbeeld bij deze prachtige ets, noteren dat Rembrandt hem heeft gemaakt. Bezoekers van de website, kunnen vervolgens Rembrandt in het zoekvenster intypen, en dan komt de afbeelding tevoorschijn. Tenminste: dat is de bedoeling. Maar het zorgt voor problemen. Er wordt namelijk ook wel eens R. van Rijn, Rembrand of Rembrandt Harmensz. van Rijn ingevoerd. Hoe zorg je er voor dat je na het invoeren van deze termen ook deze ets tevoorschijn tovert? En hoe weet je dat de resultaten die je vindt over de Rembrandt gaan die je in gedachten hebt, en niet over de gelijknamige stad in Iowa (VS)?
Van tekst naar link
Bij Linked Data voeren collectiebeheerders niet meer de tekst Rembrandt in, maar nemen ze een link op. Bijvoorbeeld de link naar wikidata, waar Rembrandt een eigen pagina heeft. Daar zijn tientallen naamsvarianten te vinden, wordt beschreven dat het een man is, staan zijn geboortedatum en -plaats geregistreerd, en staat een korte beschrijving van de kunstenaar. Er is dus geen twijfel over mogelijk welke Rembrandt bedoeld wordt. Daarnaast biedt het opnemen van deze link, straks op de website allerlei nieuwe mogelijkheden. Zoek je op een van de naamsvarianten, dan krijg je altijd het goede zoekresultaat. Ben je benieuwd naar alle werken van Leidse kunstenaars? Of zoek je alleen schilderijen die gemaakt zijn door een man? Dit zijn vragen die we nu nog niet kunnen beantwoorden, maar dankzij Linked Data straks wél. Het biedt dus een heleboel mogelijkheden, maar zorgt ook voor een heleboel extra werk. We moeten onderzoeken waar we links willen opnemen: welke velden zijn daarvoor geschikt? Ook moeten we kijken naar welke bron we willen linken. En ten slotte moeten we onze eigen data onder de loep nemen. Want of we met het woord ‘raden‘ nu naar ‘wieltjes’ of ‘bestuurlijke colleges’ willen linken, dat moeten we toch.
Overlijden Henk Lups
Henk Lups is onlangs overleden.
Ik rouw zeer om hem.
Zijn betekenis voor de Nederlandse genealogie kan nauwelijks worden overschat.
Een passend in memoriam is in voorbereiding
Dr JW Koten

Een persoonlijke gedachte bij de mei dagen en de Heiligverklaring van Titus Brandsma
Deze bijdrage hier is een persoonlijke mening, die ik hier aarzelend publiceer. Ik denk dat het namelijk mogelijk is dat genealogen een bestaande lacune wat betreft concentratiekamp slachtoffers kunnen helpen oplossen. Ik kwam op deze gedachte door de 4/5 mei herdenkingen en de heiligverklaring van Titus Brandsma die zoals bekend in het kamp Dachau omkwam. Door deze heiligverklaring worden we weer geconfronteerd met ons oorlogsgeweten. Titus behoort tot de grote groep van Nederlandse geestelijken, zowel protestante als katholieke, die in concentratie kampen hebben gezeten waarbij velen van hen later werden vermoord. De rooms-katholieke kerk (ook in Nederland) heeft enorm geleden in de Tweede Wereldoorlog. In de priesterkazerne van het concentratiekamp Dachau (in het Duitse Pfarrerblock of Priesterblock ) werden geestelijken opgesloten die zich hadden verzet tegen het naziregime van Adolf Hitler. Vanaf december 1940 beval Berlijn de overplaatsing van kerkelijke gevangenen die in andere kampen werden vastgehouden. Dachau werd het centrum voor detentie van geestelijken. Van een totaal van 2.720 geestelijken die geregistreerd stonden als gevangenen in Dachau waren er ongeveer 2.579 (of 94,88%) rooms-katholiek. Onder de andere denominaties waren er 109 protestanten, 22 orthodoxen, 8 oudkatholieken en 2 moslims. Jezuïeten vormden de grootste groep onder de opgesloten geestelijken in Dachau onder wie ook Pater Robert Regout SJ, die ik om persoonlijke redenen extra noem omdat onder het grote publiek zijn heldendaden niet zo bekend zijn. Hij was in Nijmegen hoogleraar internationaal volkerenrecht, met hevige kritiek op de Nazie. Tien dagen voor zijn dood schreef Robert in zijn testament in het concentratiekamp: Als Onze Lieve Heer het ‘offer’ van mijn leven vraagt, dan met grote vreugde voor geloof en vaderland en bijzonder voor de studenten en professoren van de Nijmeegse universiteit. Zeer passend is daarom dat Robert de laatste jaren met een speciale lezing de “Regout lezing” aan de Nijmeegse Radboud Universiteit jaarlijks wordt herdacht.
Veel andere Nederlandse geestelijken zijn in soortgelijke kampen terecht gekomen waarbij vooral, hier in Nederland, heel wat geestelijken in het kamp Amersfoort geïnterneerd zijn geweest. Velen van hen zijn naar Duitsland afgevoerd en in Duitse kampen vermoord. Veel van deze omgekomen geestelijken hebben zich ook verzet tegen de Jodenvervolging en moesten het zelfde treurige eindlot van de Joden ondergaan.
Geen enkel ander bisdom in Nederland heeft zoveel priesters verloren tijdens de Duitse bezetting als het bisdom Roermond. Een van de bekendste verzetslieden binnen het Limburgse bisdom, was de Venlose kapelaan Jac Naus. “Hij was onder meer bezig met het regelen van de financiën voor de mensen die ondergedoken zaten. “In juni 1944 was er een geheime bijeenkomst van het verzet bij de broeders in het internaat van Weert. Maar ze werden verraden. Vier mannen konden zich nog met succes verstoppen, maar acht anderen zijn gedeporteerd. Onder wie Jac Naus maar ook broeder Valentinus, de broederoverste. Beide mannen overleden enkele maanden later in een concentratiekamp.
Vorig jaar werd weliswaar laat en met veel tegenspraak door de omgeving een groot monument in Amsterdam opgericht waarin alle Nederlandse joodse slachtoffers ieder op een eigen steentje werden genoemd. En pracht initiatief. Beter laat dan nooit. Ook de namen van de Sinti zijn hierbij niet vergeten. Voor een deel konden al deze joodse namen worden opgespoord door de vele actieve joodse genealogen die zich met de verschrikkingen die de Joden tijdens de oorlog hebben ondergaan, voortdurende bezig houden. In het bijzonder noem ik de vele gegevens van joodse slachtoffers die in de bekende Aorlsen archieven zijn te vinden en waarover ik onlangs nog hier heb geschreven.
Naar aanleiding van de mei herdenkingen en de heiligverklaring van Titus kwam bij mij de gedachte op, of het niet mogelijk zou kunnen zijn een kleiner monument op te zetten met de namen van de vele overleden protestante en katholieke Nederlandse geestelijken die in diverse concentratie kampen zijn omgekomen. Het zou een krachtig oecumenisch symbool zijn van christelijk verzet.
Het probleem dat zich hierbij voordoet is dat de namen van veel van deze Nederlandse geestelijken moeilijk te vinden zijn. Een lijst van in Nederlandse en Duitse omgekomen priester/dominees-slachtoffers ken ik niet. Aan het samenstellen van zulke lijst zouden Nederlandse genealogen naar het voorbeeld van de Joodse genealogen kunnen bijdragen. Bij veel genealogen zal bekend zijn welke van de geestelijke bedienaren in hun familie in concentratie kampen hebben gezeten en daar later zijn omgebracht. In mijn eigen familie bijvoorbeeld is de broer van mijn moeder pastoor G. Konings jarenlang geïnterneerd geweest in Kamp Amersfoort. Hij zou naar Duitsland worden afgevoerd. Hij kwam echter door een godswonder vrij.
Ik hoop dat niet teveel mensen die deze rubriek lezen, door deze persoonlijke oproep geërgerd zijn. Ik meen dat hier een verplichting bestaat om ook deze helden met een passend in memoriam in deze maand te gedenken. Wellicht zelfs met een passend monument.
Grote hoeveelheid Utrechtse oorlogsbronnen online doorzoekbaar
Het Utrechts Archief bevat ruim 50 meter aan archiefstukken, afbeeldingen en films over de Tweede Wereldoorlog. De bronnen zijn verdeeld over circa 100 verschillende collecties. In 2020 is dankzij het Mondriaan Fonds een groot digitaliserings- en ontsluitingsproject gestart waarbij circa 2500 bronnen zijn gedigitaliseerd. Een groot deel daarvan is sinds vandaag online te bekijken als scans op de website en dit jaar zal nog meer volgen. Een aantal bronnen is ook doorzoekbaar gemaakt op personen en adressen, waardoor het nu veel gemakkelijker is een persoon die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Utrecht verbleef op te sporen.
Bijna de gehele collectie van het Utrechts Verzet is nu online in te zien: o.a. kaarten met namen van joodse kinderen die door het Utrechtse Kindercomité van onderduikadressen zijn voorzien (het zogeheten codeboek), brochures en oproepen van het vrouwenverzet onder leiding van Marie-Anne Tellegen en richtlijnen voor medewerkers van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers.
Ook de archieven van het Inkwartieringsbureau en het Entertainment Committee zijn bijna volledig digitaal. Het eerste archief bevat veel informatie over waar en op welke manier Duitse militairen werden ondergebracht in de stad. In het archief van het Entertainment Committee vindt u bronnen die tot vrolijkheid stemmen: zij organiseerden vlak na de bezetting dansavonden, sportwedstrijden, concerten en bioscoopbezoeken voor de Britten en Canadezen die in mei 1945 Utrecht hadden bevrijd. Maar ook oorlogsbronnen uit andere archieven zoals van het gemeentebestuur, de universiteit, bedrijven, hulporganisaties, strafinrichtingen, kerken en families zijn in de loop van dit jaar online in te zien.
Daarnaast is er een aantal bronnen (uit meerdere collecties) doorzoekbaar gemaakt op personen en adressen: zoals Persoonskaarten van de Binnenlandse Strijdkrachten, Inkwartieringsbiljetten van Duitse militairen voor particuliere woningen en Lijsten van Joodse inwoners van de gehele provincie
Deze bronnen zijn via onze zoekingang op personen en zoekingang op locaties te doorzoeken. Dankzij de hulp van een grote groep vrijwilligers zijn er circa 9.000 persoonsnamen en 15.000 adressen ingevoerd.
Via de vernieuwde themapagina over de stad Utrecht en de Tweede Wereldoorlog wordt de gebruiker wegwijs gemaakt door de pas gepubliceerde bronnen. De themapagina is nog volop in bewerking, gedurende dit jaar zal er steeds meer informatie over nieuw gepubliceerde (en doorzoekbare) bronnen op te vinden zijn. Ook worden de Utrechtse data gekoppeld aan het landelijk platform Netwerk Oorlogsbronnen. Hierdoor zijn de data over Utrechtse personen nog beter vanuit huis vindbaar geworden.
4 en 5 mei in het nationaal archief
In de kortgeleden vrijgevallen stukken uit het Oorlogsarchief van het Nederlandse Rode Kruis vinden we beide facetten van de Tweede Wereldoorlog terug.
Lijsten en dodenboeken
De lijsten en dodenboeken met gedeporteerde Joden en politieke gevangenen die de oorlog niet overleefden vormen het merendeel van het openbare deel van het Oorlogsarchief. Er zijn ook lijsten met in mei 1940 gesneuvelde Nederlandse militairen. Niet alleen hun naam, rang, legeronderdeel en geboortedatum zijn genoteerd. Ook is te lezen waar en aan welke verwondingen ze overleden. Daarnaast is opgeschreven waar ze zijn begraven. Met al die lijsten komen de oorlogsslachtoffers heel dichtbij.
Kamp Westerbork bevrijd
Canadezen bevrijden Westerbork op 12 april 1945. In het kamp bevinden zich dan nog ongeveer honderd ‘gewone’ gevangenen en 850 Joden. In de vrijgevallen stukken over kamp Westerbork, zitten ook exemplaren van De Westerborker. Een krantje dat enkele maanden vanaf de bevrijding in kamp Westerbork verschijnt.
5 mei Nederland bevrijd
Op 5 mei verschijnt no. 17 van De Westerborker. ‘Het einde der Duitsche legers – de vrijheid voor ons.’ Het krantje roemt degenen die van 10-14 mei 1940 vochten, de ondergrondse werkers, de bevrijders, de honderdduizenden huisvrouwen die hun huishoudingen gaande wisten te houden. Ook worden de gevallenen voor het land en de slachtoffers van de terreur der bezetting herdacht. Op 8 mei is er een bal in de grote zaal van kamp Westerbork, van 19.30 tot 22.30 uur, wanneer het licht uitgaat.
De Joodse slachtoffers worden rond die tijd niet expliciet genoemd in De Westerborker, over hun lot is dan nog weinig bekend. 26 april is een inlichtingenbureau in Westerbork opgericht om informatie te geven, onder meer over Joden die via Westerbork zijn gedeporteerd.
NSB’ers in Westerbork
Vanaf 24 april komen een paar honderd NSB’ers in kamp Westerbork terecht. In De Westerborker van 5 mei worden vrijwilligers gevraagd voor de visitatie van NSB’ers. Een deel van de bevrijde Joden krijgt de taak de geïnterneerde NSB’ers te bewaken. Een wrange opdracht die soms ook met excessief geweld gepaard gaat. Kortom, 5 mei betekent nog geen pais en vree in kamp Westerbork. In de maanden die volgen verlaten de Joden het kamp. Tot 1 december 1948 is Westerbork het interneringskamp voor NSB’ers, SS’ers en andere van collaboratie verdachte personen.