Home Blog Pagina 124

BHIC zet weekblad ‘De Aankondiger’ uit Vught online

Het BHIC heeft ‘De Aankondiger’, het wekelijkse nieuws- en advertentieblad voor Vught en omliggende dorpen in de periode van 1921-1939, gedigitaliseerd. Deze weekkrant is nu woord voor woord via internet beschikbaar en doorzoekbaar via www.bhic.nl/kranten. Voor lokaal geïnteresseerden en onderzoekers een bron bij uitstek om grote en kleine gebeurtenissen uit het verleden te achterhalen.

In dit nieuwsblad voor Vughtenaren vind je veel lokale mededelingen zoals geboorten, overlijden, benoemingen en bekendmakingen van gemeente, notarissen, parochies en vervoersdiensten. Daarnaast zijn er uiteraard nog de advertenties van bedrijven, kleine zelfstandigen, personeel en contactadvertenties. Zeer waardevol zijn ook de notulen en verslagen van allerlei lokale clubs en verenigingen die in deze kranten werden gepubliceerd. Ook informatie van en over het waterschap “De Vughtsche Akkers” zoals de waterstanden vind je hier terug.

Verder is het interessant om te zien wat het weekblad schrijft over (inter)nationale gebeurtenissen, rampen en voorvallen tussen pakweg 1921 en 1939. Hoe wordt de verloving van prinses Juliana met Bernhard zur Lippe-Biesterfeld aangekondigd in 1936 en wat schrijft het blad over hun huwelijk in 1937? Hoe ontwikkelt Vught zich tijdens het Interbellum?

Zo vinden we in ‘De Aankondiger’ van 23 december 1922 een kort voetbalberichtje: “Zaterdag vertrekt het eerste elftal naar Duitsland om aldaar een tweetal wedstrijden te spelen o.a. te Keulen. We wenschen hen een voorspoedige reis en veel success.” Op zich toch wat opmerkelijk, deze reis naar Duitsland in een periode van internationale sportieve boycot na de Eerste Wereldoorlog. (foto: zie boven)

Ga hier naar ‘De Aankondiger’ (1921-1929)https://www.avulo.nl/bhic-zet-weekkrant-de-aankondiger-uit-vught-en-omgeving-online

Belgische akten

Bob Coret heeft op zijn website Open Archieven bijna 10 miljoen persoonsvermeldingen toegevoegd via akten uit de Burgerlijke Stand in België. Het betreft geboorte- huwelijks- en overlijdensakten.

De akten zijn afkomstig uit de Rijksarchieven van Brussel, Bergen, Gent en Hasselt.
De scans van deze archieven kunnen ingezien worden via Familysearch, dat deze scans geïndexeerd heeft en deze informatie deelt met Open Archieven.

Een groot voordeel van Open Archieven is dat met één klik de verbinding met de scan in familysearch gemaakt wordt.

Wat is ritueel slachten en waarom doet men dit.

0

Sommige bevolkingsgroepen hechten zeer aan het rituele slachten. Sterker nog, zij verlenen daaraan voor een deel hun identiteit. De joodse Kasjroet-voor­schriften (geschiktheid voor consumptie) zijn bijvoorbeeld een belangrijk kenmerk van de Joodse identiteit, met een eeuwenlange traditie. De achtergrond van deze religieuze traditie is dat deze vorm van slachten hygiënischer is, zeker in tropische woestijngebieden. Bedenk dat men in de woestijn geen ijskast heeft en niet goed geslacht vlees snel bederft. Daarom zijn extra hygiënische voorzorgsmaatregelen niet overbodig.

Deze oude traditie kan echter in conflict komen met de huidige visie over dierenwelzijn. De laatste tijd is er weer veel discussie over het rituele slachten. Voor- en tegenstanders gebruiken allerlei argumenten. Kernpunt is dat velen niet weten wat ritueel slachten is en waar dit gebruik vandaan komt.

Verre oorsprong

Ritueel slachten is een gebruik van bijna alle tijden en bij de meeste culturen. Ritueel slachten is niet alleen een gebruik bij moslims en joden, maar komt ook voor bij sommige Hindoe-volken, bij Sikhs en bij sommige afrikanen zoals de Zoeloes. Ritueel slachten berust op geloof, eeuwenoude gewoonte, maar ook op gezondheidsvoordelen. Vandaar dat veel volken zich zo hardnekkig aan dit gebruik vastklampen. Door mijn werk in de tropen, heb ik respect gekregen voor deze oude gebruiken en beoordeel ze toch wat anders als hier gangbaar wordt.

In de oudheid waren ritueel slachten en dierenoffers hetzelfde. Oude Egyptische slachtrituelen worden vaak afgebeeld in graven en tempels. Voor de antieke Grieken was de consumptie van vlees dat niet ritueel was geslacht ondenkbaar, zodat het Griekse dierenoffer niet alleen een eerbetoon aan de goden was, maar ook een culturele grens vormde, waardoor “Helleense” en “barbaren” werden gescheiden.

Joodse traditie

Door de Bijbel zijn wij beter bekend met de joodse slacht rituelen. De praktijk van het slachten van dieren voor voedsel is hetzelfde als werd gebruikt voor tempeloffers. Sinds de vernietiging van de Joodse tempel in Jeruzalem zijn offers nu verboden. De Thora (Bijbel) legt uit dat dieren die niet zijn geofferd toch volgens dezelfde gewoonte moeten worden geslacht wil het vlees koosjer zijn. Koosjer slachten is daarbij geen religieuze ceremonie meer. Wel mag niet worden afgeweken van de oude slachtpraktijk zoals in de thorax wordt aanbevolen.

Voor de slacht is het belangrijk dat men het dier nauwkeurig inspecteert. Zelfs kleine afwijkingen van de norm maken het dier onrein. De joodse vorm van slachten noemt men sjechita. Bij het slachten gebruikt men een zeer scherp mes, dat geen inkepingen mag bevatten en dat voor gebruikt vaak extra wordt bekeken en geslepen. Bij het slachten wordt dit vlijmscherpe mes over de keel van het dier getrokken in één enkele snede. Daarbij wordt de luchtpijp, de slokdarm en de slagaders naar de hersenen doorgesneden. Daardoor verlies het beest binnen enkele seconden het bewustzijn, terwijl de hartfunctie in overdrive komt waardoor het bloed met kracht uit het lichaam via de open vaten zeer effectief wordt weggepompt en afvloeit. In korte tijd is het dier dan bloedvrij en kan de natuurlijke biologische conservering beginnen. Bloed remt deze natuurlijke conservering. Dit slachten wordt door een goed getrainde religieuze slachter (shochet) uitgevoerd. Na de slacht is opnieuw een inspectie verplicht en het dier wordt afgekeurd voor Joodse consumptie als bepaalde onvolkomenheden bij de slacht en het slachtdier zelf worden ontdekt.

Moslim traditie

Veel van deze geboden die in de Thora (joodse Bijbel) zijn omschreven werden in de Koran opgenomen. Bij moslims is het slachtgebruik van de dieren niet anders dan bij de Joden. De term voor slachten volgens de Islam regels noemt men Dhabiha). Ook hier wordt bij slachten met een vlijmscherp mes de hals doorgesneden. Karakteristiek van het Islamitische slachten is dat de dieren niet aan een stress mogen worden blootgesteld omdat dit niet goed is voor de natuurlijke conservering. Ieder dier moet daarom apart worden geslacht, zonder dat er andere dieren bijstaan en ook wordt het mes zolang mogelijk verborgen gehouden voor het slachten. Bij het slachten wordt bovendien gebeden en de naam van Allah moet worden genoemd tijdens het slachten voor elk halal dier afzonderlijk. Men zegt daarbij ‘bismillah en Allahu akbar’ (In de naam van God en Hij staat boven alles). Op deze manier heeft een moslim het dier geslacht met de toestemming van God, hetgeen het slachtdier halal (toegestaan) maakt voor consumptie. Tijdens de slacht moet het hoofd van het dier in de richting van Mekka worden gericht.

Conflict in de huidige samenleving

In een Europese samenleving met weinig gevoel voor geloof en tradities, roept deze vorm van slachten in de huidige tijd, met koelkasten alom weerstand op. Men vreest dat ritueel slachten onnodig pijn veroorzaakt bij de dieren. Dit past niet bij onze huidige visie over dierenwelzijn. Vandaar dat in veel landen het op een of andere manier bedwelmen van slachtdieren voorschrift is. Rituele slachters denken dat deze andere vormen van slachten bij de dieren stress veroorzaakt en dat deze slachtdieren niet natuurlijk door de bedwelmingsmiddelen sterven. Momenteel staan voor- en tegen standers van ritueel slachten fel tegenover elkaar.
Ik wil hier geen keuze opdringen maar de mensen met meer kennis van zaken een eigen oordeel laten vormen. In veel landen met niet-Europese tradities en andere leefomstandigheden kan de keuze anders zijn dan in Europa gangbaar wordt.

Digitalisering Arolsen Archieven

Een deel (meer dan 13 miljoen) van de Arolsen archieven kwamen  in mei 2019 online beschikbaar voor het publiek. Geholpen door de pandemie bood crowdsourcing de mogelijkheid deze gegevens nu te digitaliseren. Door de quarantaine maatregelen kregen veel mensen tijd om aan deze klus mee te werken. Vóór de pandemie had men alleen externe bedrijven, kunstmatige intelligentie en eigen personeel om deze taak uit te voeren.

De Arolsenarchieven zijn enorme archieven gevestigd in een complex van zes gebouwen gevuld van vloer tot plafond met 30 miljoen originele documenten met betrekking tot het lot van 17,5 miljoen slachtoffers van de nazi-vervolging. Het gebouwencomplex was decennialang ( tot 2007) verboden terrein voor het publiek en het onderzoek naar informatie bleef al te lang onbeantwoord. Het meest kritische, de meeste van de documenten, werden niet gedigitaliseerd. De duizelingwekkende hoeveelheid materiaal werd verzameld door de geallieerde troepen toen ze Europa bevrijden en omvat concentratiekamp documenten, vervoer en deportatie lijsten, Gestapo arrestatie en gevangenis records, en gedwongen werk en slavenarbeid documentatie. Er zijn ook miljoenen ontheemden ‘ID-kaarten en bestanden, evenals naoorlogse hervestiging en emigratie records.  Ook inbegrepen zijn begraafplaats records voor overleden dwangarbeiders en gevangenen, en getuigenissen van concentratiekamp overlevenden opgenomen door de bevrijdende krachten. Zo’n 2,5 miljoen bestanden bevatten alleen al correspondentie van na de Tweede Wereldoorlog van mensen die vragen hadden over het lot en de verblijfplaats van hun dierbaren.

Een grote groep vrijwilligers helpt nu bij het indexeren van de gedigitaliseerde documenten. Er zijn momenteel zo’n 7.000 geregistreerde vrijwilligers. Er is echt geprofiteerd van de specifieke kennis van deze vrijwilligers. Bijvoorbeeld: sommige hebben de vaardigheid om het oude Duitse handschrift te lezen, of een gedetailleerde vertrouwdheid met de geschiedenis van Dachau. Deze mensen hebben een groot aantal kanttekeningen geplaatst, en ze hebben ook metadata toegevoegd die het opstellen van ‘lifelines’ mogelijk maakten. Deze digitale gegevens bieden dus nu meer, dan alleen maar namen en geboortedata.

Uit de Times of Israel

40e Internationale Conferentie over Joodse Genealogie

40e Internationale Conferentie over Joodse Genealogie zal dit keer,  een virtuele conferentie zijn die wordt gehouden van 10-13 augustus 2020.

“Gezien COVID-19, zijn we niet in staat om onze gebruikelijke persoonlijke conferentie te houden, maar zijn enthousiast over de mogelijkheden om ons brede scala aan presentaties en vergaderingen op een virtueel platform te blijven aanbieden aan ons diverse publiek wereldwijd, van first-timers tot conferentieveteranen,”

Brainstorming en Connectiviteit staan centraal in vier dagen live, gestreamde sessies over brede onderwerpen gepresenteerd als plenaire sessies, panels en webinars. Er zullen vergaderzalen worden voorzien voor Special Interest Groups (SIGs) en Birds-of-a-Feather (BOFS) om ons wereldwijde publiek te helpen verzamelen. Het vooraf opgenomen videoarchief dat tot 60 dagen na de virtuele conferentie beschikbaar is voor conferentieregistranten, biedt een nog breder scala aan gespecialiseerde presentaties buiten de geplande, live sessies.

De sprekerslijst:  Kitty Munson Cooper (blog.kittycooper.com); Janine Cloud (FamilyTreeDNA.com); Crista Cowan (Ancestry.com); W. Todd Knowles (Family Search); Daniel Horowitz (MyHeritage); Schelly Talalay Dardashti (My Heritage & Tracing the Tribe) en Randy Schönberg (Geni.com & Jewish Genealogy Portal).

De conferentie wordt georganiseerd door IAJGS, een overkoepelende organisatie van meer dan 90 Joodse genealogische organisaties wereldwijd. Het IAJGS coördineert en organiseert activiteiten zoals de jaarlijkse Internationale Conferentie over Joodse Genealogie en geeft een uniforme stem als woordvoerder namens haar leden. Ken Bravo van Zuid-Euclides, Ohio, is IAJGS president.

Zie:  www.iajgs.

Delpher: diverse aanvullingen

In Delpher zijn ruim 47.360 nieuwe tijdschriften beschikbaar.
Waaronder Weekblad voor Israëlieten, Het V.A.R.A. Kinderblad, Franciscaansch levenHuwelijk en huisgezin, Jeugd bladenoorlogs- en pre-oorlogstijdschriften.
Joodse tijdschriften
158 nieuwe titels van joodse tijdschriften.
Periode: 1847-1966.
 
Radio- en TV-tijdschriften
Uit de collectie van Beeld en Geluid en vijf andere mediaverenigingen zijn er 15 titels gedigitaliseerd.
Periode: 1923-1958.

Gracieuse
De Gracieuse manifesteerde zich vanaf 1862 tot 1936 als een aantrekkelijk mode- en handwerktijdschrift, dat zich richtte op een groeiend publiek van modebewuste dames.

50 nieuwe tijdschrifttitels op Delpher

Goed nieuws! Er zijn weer 50 nieuwe tijdschrifttitels van het KDC online gekomen via het project Metamorfoze van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.
Hieronder het muziektijdschrift Sint Gregorius, de annalen van de Heilig-Land-stichting én de jaarboeken van het R.K. onderwijs in Indonesië, Suriname en Curaçao.
Een rijke schat aan informatie voor een groot scala aan onderzoeken dus.

Surf nu naar www.delpher.nl om de tijdschriften te raadplegen!

Genetische genealogie gebruikt voor meer dan 150 cold cases

0

Genetische genealogie gebruikt om Golden State Killer Case te vinden Opende de Deur voor meer dan 150 cold cases.

De Golden State killer zaak betreft de arrestatie van een 73 jarige man die vanaf 1976 een reeks moorden en verkrachtingen had begaan. Tot voor kort wist hij de hand van justitie te ontwijken, totdat ze zijn DNA-profiel, afkomstig van sporen bij zijn slachtoffers bij GEDMATCH aanboden voor een verwantschap onderzoek. Hier werd een verre verwante persoon gevonden. Met forensische genealogisch speurwerk kon toen de misdadiger geïdentificeerd worden.

Het was duidelijk dat na dit succes deze methodiek ook zou worden toegepast bij andere “koude zaken”. Daarmee konden een verdere 150 ernstige moordzaken mee worden opgelost.


Toch was niet ieder blij met deze zaak omdat gebruikers van  GEDmatch hun privacy vreesden en verzet tegen de gevolgde procedure aanspanden. Om problemen  te ontwijken ging de politie samenwerken met een private onderneming Parabon die al eerder de politie hulp bood met andere opsporingstechnieken, (zoals gezichtsherkenning). Veel van eerder genoemde DNA zaken werden opgelost met de hulp van dit bedrijf – Parabon NanoLabs  dat in principe dezelfde werkwijze volgde dan eerder de politie had gedaan. In samenwerking met de Amerikaanse wetshandhaving heeft Parabon DNA-bewijsmateriaal van plaats delict geüpload naar GEDmatch in een poging daders te identificeren.

Parabon bood genetische diensten aan de politie en genealogie diensten aan mensen op zoek naar familieleden. Het combineren van de twee en het gebruik van DNA ingediend voor genealogie om criminelen te vinden leidde tot ethische problemen. GEDmatch heeft sindsdien haar beleid veranderd, waardoor mensen zich moeten aanmelden om hun DNA te delen. Als gevolg daarvan daalde het totale aantal monsters van meer dan een miljoen voor DeAngelo tot ongeveer 260.000 vandaag.  In december 2019 werd aangekondigd dat GEDmatch werd verkocht aan het forensische, winstgevende DNA-analysebedrijf Verogen, dat er naar streeft de database veiliger te maken voor zijn klanten, waaronder het bestrijden van huiszoekingsbevelen.

Hoe de diverse vormen van samenwerkingen nu verder gaan lopen is nog niet duidelijk. Parabon heeft momenteel ongeveer 300 DNA-onderzoeken geopend en bijna 100 gevallen heeft opgelost, hoewel in enkele van die gevallen nog geen arrestaties zijn verricht. In mei 2020 werd gemeld dat Parabon bij bijna 500 gevallen met 109 verdachte positieve identificaties betrokken was geweest.

Ik wijs u er tenslotte met nadruk op dat  MyHeritage, 23 & Me en Ancestry  hebben verklaard dat  zij toegang tot rechtshandhaving niet toestaan.

Oproep geneanet: Doe mee aan de indexatie van Nederlandse huwelijken tot de 20e eeuw!

0

Het is met veel plezier dat Geneanet de start van een indexatie project aankondigt van de Nederlandse huwelijken tot de 20e eeuw. Deze indexatie maakt het voor elke genealoog mogelijk zijn voorouders terug te vinden in een paar klikken!

Het project betreft alle Nederlandse provincies. Het doel van dit project is om de huwelijksakten die online op de archief websites beschikbaar zijn te indexeren in een Excel of Open-Office spreadsheet om deze overzichten vervolgens te publiceren op Geneanet. Deze gegevens worden opgenomen in het Geneanet zoekprogramma en zijn gratis beschikbaar voor alle genealogen.

Wilt u aan dit project meedoen, neem dan contact op met de verantwoordelijke vrijwilliger van dit project: Simone Groenenboom, op het volgende adres: simonegroenenboom@yahoo.fr. Bekijk ook deze pagina. Klik op de provincie die uw interesse heeft, u komt dan op een gedeelde spreadsheet terecht. Dit spreadsheet geeft u informatie over de gemeenten die nog te indexeren zijn, al geïndexeerd zijn of waar al aan gewerkt wordt en geeft u de mogelijkheid u in te schrijven voor de gemeente van uw keuze.

Digitale fotografie: onmisbaar bij genealogie

Het prototype van een digitale camera uit 1975 gebruikte een CCD*Charge-coupled device, een (meestal lichtgevoelige) geïntegreerde schakeling van 100 bij 100 pixels om beelden vast te leggen. Digitale fotografie kwam de volgende twintig jaar niet meer in de mainstream. Voor een uitvinder is de belangrijkste uitdaging misschien technisch, maar soms is het de timing die het succes bepaalt. Steven Sasson had het technische talent maar ontwikkelde een paar decennia te vroeg zijn prototype voor een volledig digitale camera.

De digitale camera is een onmisbaar hulpmiddel geworden bij de genealogie. Men kan er snel een geschreven tekst mee vastleggen en dan later deze tekst met  diverse technieken optimaliseren. De eerste digitale camera’s  waren daarvoor niet bruikbaar. Pas door deze camera’s  geleidelijk te verbeteren ontstond een bruikbare tool.

Reeds in 1974 zocht Sasson, een jonge elektrotechnisch ingenieur bij Eastman Kodak Co., in Rochester, N.Y.,  een toepassing voor het nieuwe type 201 van Fairchild Semiconductor. Zijn baas stelde voor dat hij zou proberen de CCD van 100 bij 100 pixels te gebruiken om een ​​afbeelding te digitaliseren. Daarom bouwde Sasson een digitale camera om de foto vast te leggen, op te slaan en vervolgens op een ander apparaat af te spelen.

Sassons camera was een verzameling componenten. Hij gebruikte de lens en het belichtingsmechanisme van een Kodak XL55-filmcamera om te dienen als het optische stuk van zijn camera. De CCD zou het beeld vastleggen, dat vervolgens door een analoog-naar-digitaal-omzetter van Motorola zou worden geleid, tijdelijk zou worden opgeslagen in een DRAM-array van een dozijn 4.096-bits chips en vervolgens zou worden overgebracht naar audioband die op een draagbare Memodyne-datacassetterecorder draaide . De camera woog 3,6 kilogram, werkte op 16 AA-batterijen en was ongeveer zo groot als een gemiddeld leesboek.

Na meer dan een jaar aan zijn camera gewerkt te hebben, besloot Sasson op 12 december 1975 dat hij klaar was om zijn eerste foto te maken. Laborant Joy Marshall stemde ermee in om te poseren. De foto nam ongeveer 23 seconden in beslag om op de geluidsband op te nemen. Maar toen Sasson het op de laboratoriumcomputer afspeelde, was het beeld een puinhoop – hoewel de camera tinten kon maken die duidelijk donker of licht waren, leek alles daartussenin statisch. Marshalls haar zag er goed uit, maar haar gezicht ontbrak. Sasson bleef de camera verbeteren en legde uiteindelijk indrukwekkende beelden vast van verschillende mensen en objecten in het lab. Hij en zijn supervisor, Garreth Lloyd, ontvingen in 1978 Amerikaans octrooi nr. 4.131.919 voor een elektronische fotocamera, maar het project kwam nooit verder dan de prototypefase. Sasson schatte dat beeldresolutie pas ergens tussen 1990 en 1995 concurrerend zou zijn met chemische fotografie, en dat was genoeg voor Kodak om het project in de mottenballen te leggen.

Het duurde bijna twee decennia voordat digitale fotografie pas goed van de grond kwam. Terwijl Kodak ervoor koos om zich terug te trekken uit digitale fotografie, bleven andere bedrijven, waaronder Sony en Fuji, doorgaan. Nadat Sony in 1981 de Mavica, een analoge elektronische camera, had geïntroduceerd, besloot Kodak de verbetering van de prototype digitale camera’s te hervatten. In de jaren ’80 en in de ’90 brachten bedrijven stapsgewijze verbeteringen aan door producten uit te brengen die door de astronomische prijzen door een beperkt publiek konden worden gekocht.

Vervolgens onthulde Apple in 1994 de QuickTake 100, de eerste digitale camera voor minder dan US $ 1.000. Vervaardigd door Kodak voor Apple. Deze had slechts een maximale resolutie van 640 bij 480 pixels en kon het maximaal acht afbeeldingen met die resolutie opslaan op zijn geheugenkaart. Niettemin werd deze digitale camera beschouwd als de doorbraak op de consumentenmarkt. Het jaar daarop werd Apple’s QuickTake 150 geïntroduceerd, met JPEG-beeldcompressie, en Casio’s QV10, de eerste digitale camera met een ingebouwd LCD-scherm.

Digitale fotografie kwam pas echt tot zijn recht als cultureel fenomeen toen Kyocera de VisualPhone VP-210, de eerste mobiele telefoon met een ingebouwde camera, in 1999 in Japan presenteerde. Drie jaar later werden cameratelefoons geïntroduceerd in de Verenigde Staten. De eerste mobiele-telefooncamera’s misten de resolutie en kwaliteit van stand-alone digitale camera’s en maakten vaak vervormde fish-eye-foto’s. Gebruikers leken er niet om te geven. De opkomst van camera’s in telefoons leidde onvermijdelijk tot een afname van stand-alone digitale camera’s.

Lees het hele artikel op: https://spectrum.ieee.org/tech-history/silicon-revolution/how-the-digital-camera-transformed-our-concept-of-history.

Regionaal Archief Alkmaar breidt zijn digitale dienstverlening op maat verder uit.

0

Thuis de oude archieven uit de regio induiken: dat kan nu dankzij een gratis service van het Regionaal Archief in Alkmaar. Met de nieuwe service scannen-op-verzoek kan iedereen met een druk op de knop via de website van het archief een aanvraag doen om archiefstukken te laten scannen. De scans zijn daarna online te bekijken en te downloaden. De service is vanaf nu beschikbaar voor de oudste gemeentearchieven uit de regio, van Texel tot en met Castricum.

De gratis service geldt in verband met privacy en auteursrecht voor archiefmateriaal dat dateert van voor het jaar 1900. Het gaat in eerste instantie om overheidsarchieven. Die archieven bevatten een grote verscheidenheid aan belangwekkend historisch materiaal: oude raadsnotulen, maar bijvoorbeeld ook registers van het weeshuis in Den Helder en documenten over een schutting tegen konijnenoverlast in Castricum en het aansteken van de straatlantaarns in achttiende-eeuws Alkmaar.

Er zijn nu al scans aan te vragen van archiefstukken uit ruim twintig van de vroegste gemeentearchieven uit de regio. Uit het oude stadsarchief van Alkmaar, en uit onder meer de oude archieven van Heiloo, Castricum, Bergen, Schoorl en Egmond, Noord- en Zuid-Scharwoude, Schagen, Oude en Nieuwe Niedorp, Den Helder en Texel.

Het Regionaal Archief werkt al jaren aan het digitaal toegankelijk maken van de collectie. Belangrijke reeksen archieven zijn volledig gescand. Inmiddels zijn er al bijna drie miljoen scans van archiefstukken online te raadplegen. Via scannen-op-verzoek bepalen onderzoekers voortaan wat er gedigitaliseerd wordt. Om iedereen de kans te geven scans aan te vragen geldt voorlopig een maximum van twee aanvragen per persoon per week.