Sommige bevolkingsgroepen hechten zeer aan het rituele slachten. Sterker nog, zij verlenen daaraan voor een deel hun identiteit. De joodse Kasjroet-voor­schriften (geschiktheid voor consumptie) zijn bijvoorbeeld een belangrijk kenmerk van de Joodse identiteit, met een eeuwenlange traditie. De achtergrond van deze religieuze traditie is dat deze vorm van slachten hygiënischer is, zeker in tropische woestijngebieden. Bedenk dat men in de woestijn geen ijskast heeft en niet goed geslacht vlees snel bederft. Daarom zijn extra hygiënische voorzorgsmaatregelen niet overbodig.

Deze oude traditie kan echter in conflict komen met de huidige visie over dierenwelzijn. De laatste tijd is er weer veel discussie over het rituele slachten. Voor- en tegenstanders gebruiken allerlei argumenten. Kernpunt is dat velen niet weten wat ritueel slachten is en waar dit gebruik vandaan komt.

Verre oorsprong

Ritueel slachten is een gebruik van bijna alle tijden en bij de meeste culturen. Ritueel slachten is niet alleen een gebruik bij moslims en joden, maar komt ook voor bij sommige Hindoe-volken, bij Sikhs en bij sommige afrikanen zoals de Zoeloes. Ritueel slachten berust op geloof, eeuwenoude gewoonte, maar ook op gezondheidsvoordelen. Vandaar dat veel volken zich zo hardnekkig aan dit gebruik vastklampen. Door mijn werk in de tropen, heb ik respect gekregen voor deze oude gebruiken en beoordeel ze toch wat anders als hier gangbaar wordt.

In de oudheid waren ritueel slachten en dierenoffers hetzelfde. Oude Egyptische slachtrituelen worden vaak afgebeeld in graven en tempels. Voor de antieke Grieken was de consumptie van vlees dat niet ritueel was geslacht ondenkbaar, zodat het Griekse dierenoffer niet alleen een eerbetoon aan de goden was, maar ook een culturele grens vormde, waardoor “Helleense” en “barbaren” werden gescheiden.

Joodse traditie

Door de Bijbel zijn wij beter bekend met de joodse slacht rituelen. De praktijk van het slachten van dieren voor voedsel is hetzelfde als werd gebruikt voor tempeloffers. Sinds de vernietiging van de Joodse tempel in Jeruzalem zijn offers nu verboden. De Thora (Bijbel) legt uit dat dieren die niet zijn geofferd toch volgens dezelfde gewoonte moeten worden geslacht wil het vlees koosjer zijn. Koosjer slachten is daarbij geen religieuze ceremonie meer. Wel mag niet worden afgeweken van de oude slachtpraktijk zoals in de thorax wordt aanbevolen.

Voor de slacht is het belangrijk dat men het dier nauwkeurig inspecteert. Zelfs kleine afwijkingen van de norm maken het dier onrein. De joodse vorm van slachten noemt men sjechita. Bij het slachten gebruikt men een zeer scherp mes, dat geen inkepingen mag bevatten en dat voor gebruikt vaak extra wordt bekeken en geslepen. Bij het slachten wordt dit vlijmscherpe mes over de keel van het dier getrokken in één enkele snede. Daarbij wordt de luchtpijp, de slokdarm en de slagaders naar de hersenen doorgesneden. Daardoor verlies het beest binnen enkele seconden het bewustzijn, terwijl de hartfunctie in overdrive komt waardoor het bloed met kracht uit het lichaam via de open vaten zeer effectief wordt weggepompt en afvloeit. In korte tijd is het dier dan bloedvrij en kan de natuurlijke biologische conservering beginnen. Bloed remt deze natuurlijke conservering. Dit slachten wordt door een goed getrainde religieuze slachter (shochet) uitgevoerd. Na de slacht is opnieuw een inspectie verplicht en het dier wordt afgekeurd voor Joodse consumptie als bepaalde onvolkomenheden bij de slacht en het slachtdier zelf worden ontdekt.

Moslim traditie

Veel van deze geboden die in de Thora (joodse Bijbel) zijn omschreven werden in de Koran opgenomen. Bij moslims is het slachtgebruik van de dieren niet anders dan bij de Joden. De term voor slachten volgens de Islam regels noemt men Dhabiha). Ook hier wordt bij slachten met een vlijmscherp mes de hals doorgesneden. Karakteristiek van het Islamitische slachten is dat de dieren niet aan een stress mogen worden blootgesteld omdat dit niet goed is voor de natuurlijke conservering. Ieder dier moet daarom apart worden geslacht, zonder dat er andere dieren bijstaan en ook wordt het mes zolang mogelijk verborgen gehouden voor het slachten. Bij het slachten wordt bovendien gebeden en de naam van Allah moet worden genoemd tijdens het slachten voor elk halal dier afzonderlijk. Men zegt daarbij ‘bismillah en Allahu akbar’ (In de naam van God en Hij staat boven alles). Op deze manier heeft een moslim het dier geslacht met de toestemming van God, hetgeen het slachtdier halal (toegestaan) maakt voor consumptie. Tijdens de slacht moet het hoofd van het dier in de richting van Mekka worden gericht.

Conflict in de huidige samenleving

In een Europese samenleving met weinig gevoel voor geloof en tradities, roept deze vorm van slachten in de huidige tijd, met koelkasten alom weerstand op. Men vreest dat ritueel slachten onnodig pijn veroorzaakt bij de dieren. Dit past niet bij onze huidige visie over dierenwelzijn. Vandaar dat in veel landen het op een of andere manier bedwelmen van slachtdieren voorschrift is. Rituele slachters denken dat deze andere vormen van slachten bij de dieren stress veroorzaakt en dat deze slachtdieren niet natuurlijk door de bedwelmingsmiddelen sterven. Momenteel staan voor- en tegen standers van ritueel slachten fel tegenover elkaar.
Ik wil hier geen keuze opdringen maar de mensen met meer kennis van zaken een eigen oordeel laten vormen. In veel landen met niet-Europese tradities en andere leefomstandigheden kan de keuze anders zijn dan in Europa gangbaar wordt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in