Amerikanen zijn verwoede genealogen. Ik heb me vaak afgevraagd waarom; dit artikel biedt mogelijke een verklaring.

Genealogie was hobby die nog niet zo lang geleden werd geassocieerd met oude heren en stoffige archieven, maar die thans is uitgegroeid tot een cultureel fenomeen – gevoed door geavanceerde technologieën en gedreven door een niet aflatende fascinatie voor wie we eigenlijk zijn.

Genealogische abonnementsdiensten zijn big business, en 20 jaar van recreatieve DNA-testen voor afkomst, hebben 35 miljoen mensen een DNA-test laten maken om deze te matchen met genetische familieleden en te horen waar in de wereld hun genen vandaan komen. De meerderheid van deze testers zijn Amerikaans. Recent financieel nieuws onderstreept de stijgende waarde van zowel onderzoek naar familiegeschiedenis en de consument genomics. Een voorbeeld hiervan is de investeringsreus Blackstone Group die heeft aangekondigd dat het een meerderheidsbelang in Ancestry.com verworven heeft ter waarde van een flinke 4,7 miljard dollar.

Waarom zijn Amerikanen nu zo geïnteresseerd in het verleden? Hoe zijn de levens van onze overledenen onze nationale obsessie geworden?
Historicus François Weil heeft geschreven dat in de vroege dagen van de nieuwe Amerikaanse republiek, genealogie werd gekoppeld aan de Britse aristocratie. Een obsessie om een hoge sociale rang te claimen. Het stamboom onderzoek werd soms ook gezien als een middenklasse streven, om over je roots te kunnen op te scheppen. Op andere momenten is genealogische onderzoek gebruikt om mensen te verdelen in een hiërarchie op basis van ras en klasse. Koloniale families gebruikten afstammingsonderzoek om hogere sociale rang en de daarbij passende status te claimen en af te dwingen.

Maar in de tweede helft van de 20e eeuw, begon de hobby een deel van dat racisme en afstamming af te werpen. Het onderzoek van familiegeschiedenis werd de manier van veel Amerikanen om zichzelf en hun voorouders beter te begrijpen. Met de opkomst van de personal computer, het internet, genealogische abonnementsdiensten en DNA-testen – en met shows als “Who Do You Think You Are?” en “Finding Your Roots”  werd genealogisch onderzoek populair. We zijn nu uitgegroeid tot een natie van archeologen en speurders van het verleden om onszelf beter te begrijpen.

Maar wat voedt de wens van Amerikanen om achteruit te kijken. Precies 400 jaar nadat het Britse schip Mayflower landde in het hedendaagse Massachusetts, beginnen veel Amerikanen aan hun onderzoek niet om verband te leggen met verheven of historische voorouders maar meer uit nieuwsgierigheid naar hun roots. Ze hadden een gevoel van ontworteling. Tijd en assimilatie hebben hen ontdaan van hun familieverbanden, van de vroegere gewoonten, taal en voedsel. Zij wisten niet waar hun voorouders vandaan kwamen. Afro-Amerikanen hebben daarbij vaak een schaarste aan archivalia over hun tot slaaf gemaakte voorouders.

We onderzoeken omdat genealogie ons een manier geeft om abstracte geschiedenis reëel te maken. We willen weten of het verleden een boodschap voor ons heeft. We onderzoeken ook om vast te stellen of er een precedent voor onze neigingen en talenten bestaat, een verklaring voor de neus of dat kastanjebruin haar dat we hebben, of het verhaal achter idiosyncrasieën van een familie. We zoeken naar patronen en uitleg. We hopen dat het verleden het heden kan verduidelijken. Soms vinden we een andere waarheid dan we dachten en dat de waarheid over de geschiedenis van een familie botst met hun familieverhalen. Soms, blijkt bij een DNA-test, dat men een pleegkind is, of dat men niet van Siciliaanse afkomst is, maar Afrikaans ten zuiden van de Sahara. Dan begint men aan een andere reis naar het verleden om uiteindelijk je ware roots en identiteit te ontdekken.

Libby Copeland’s website
Bron: why-are-americans-obsessed-genealogy