Na de oorlog ziet men een dramatische omslag in de economie. Voor de Eerste Wereldoorlog groeide de wereldeconomie krachtig. Technologie, zoals stoomschepen, de telegraaf en de telefoon, zorgden voor meer wereldwijde reizen en communicatie. Er waren geen immigratielimieten en er waren geen paspoorten nodig. In retrospectief beseft men pas later hoe welvarend deze periode was. Regeringen waren klein en hielden hun budgetten in evenwicht. De wereld veranderde na de Eerste Wereldoorlog drastisch. Door het enorme aantal doden verminderde het personeelsbestand aanzienlijk en daarmee ook de productiviteit. Men schat dat de griep verantwoordelijk was voor een daling van het bruto binnenlands product met 6 tot 8 procent wereldwijd. Landen legden elkaar beperkingen op bij de handel, kapitaalstroom en immigratie. Men werd wantrouwend tegenover buitenlanders. Dit protectionisme maakte de weg vrij voor de Grote Depressie. Veel landen leden onder de hyperinflatie. Ze herstelden daarna tijdelijk een gewijzigde gouden standaard, maar dit bleek bij de toenemende crisis averechts te werken, zodat men de gouden standaard daarna weer los liet.

Door de oorlog wisten de Amerikanen hun industrie te verdrievoudigen; aan het einde van de oorlog was de Amerikaanse industrie bijna zo groot als die van België, Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië samen. De Eerste Wereldoorlog was een grote impuls voor de Amerikaanse economie, maar in 1921 trad een kortdurende crisis in tijdens de overgang van de oorlogsindustrie naar de gewone, de industriële productie werd daardoor gehalveerd. Vanaf 1923 is er geleidelijk aan een omslag en kwam er een kortdurende periode van overmatige welvaart die als de ”roaring twenties” bekend staat. Deze gouden tijd gold zeker niet voor iedereen maar uitsluitend voort een kleine bovenlaag. Veel mensen, vooral die door de griep en de oorlog niet aan de bak waren gekomen, hadden het zeer moeilijk. In veel gebieden werd nog ronduit armoede geleden. Verder verschenen foto’s van angst, van bewakers, van grensversperringen en zelfs van de eerste Goelag-kampen, beelden van die nieuwe ‘dictatuur van het proletariaat’. Roaring twenties, ja, maar slechts voor een klein deel van die wereldbevolking!.

Deze “economische boom” eindigde in september 1929 plots met de collaps van de stock-market. Deze periode met ongekende welvaart was een “fools-paradise” geweest, een vorm van post-epidemische euforie, als reactie op de doorgestane ellende. De welvaart van de jaren 1923 was een toren, die was gebouwd op het zand van de toenemende inflatie. Het feit dat er toen geen prijsstijging was, verandert niets aan het fundamentele karakter van die tijd. Het was inflatoir gefinancierd en gedoemd om in te storten. In die tijd was immers niet alleen verdere uitbreiding van de productie mogelijk maar ook handhaving van het bestaande niveau van bestedingen hing af van de voortdurende uitbreiding van het krediet en de accumulatie van fictieve winsten.

Er bestaat weinig twijfel dat de diepste wortels van de grote crisis gelegen waren in de verschillende chronische gebreken die de Eerste Wereldoorlog had veroorzaakt aan de internationale politieke en economische orde. De oorlog en de daarop volgende griepperiode eisten een wrede economische en menselijke tol van de kernmaatschappijen van de geavanceerde geïndustrialiseerde wereld, waaronder opvallend Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland. De Eerste Wereldoorlog en de nasleep ervan is de donkere schaduw die hangt over de hele periode voorafgaand aan de Grote Depressie. Daarna zien we een crisis van ongekende omvang en armoede die tot de WOII zou voortduren. Met uitzondering van 5 jaar is de periode tussen de beide wereldoorlogen economisch vrij rampzalig geweest. Als de Grote Oorlog en de navolgende griep nooit had plaatsgevonden, zou de wereld van vandaag enorm rijker zijn geweest.

In de ons omringende oorlogvoerende landen was van een grotere algemene verarming sprake. De oorlogvoerende landen waren niet alleen psychisch maar ook economisch geruïneerd. Frankrijk en Engeland stonden zwaar in de schuld bij de Verenigde Staten, de nieuwe supermacht. Europa verloor zijn alleenheerschappij aan de VS en de Europese staten werden tweederangs staten. Duitsland zat in een catastrofale crisis en hongersnood. Deze crisis kwam mede doordat Duitsland torenhoge herstelbetalingen moest opbrengen om de Amerikaanse oorlogsleningen van Frankrijk en Engeland te helpen afbetalen.

Nederlandse economie na de Spaanse griep pandemie

Ook in Nederland had de economie na de tweede griepgolf een schok gekregen. De Spaanse grieppandemie van 1918 had een ongunstige economische impact op veel bedrijven die werden gesloten tijdens het dieptepunt van de uitbraak van de griep. Nederland was economische gezien betrekkelijk goed door de wereldoorlog gekomen. Toen eenmaal de griep tot het verleden behoorde herstelde de economie zich na een kortdurende economische crisis die o.a. het gevolg was van de overschakeling naar de vredesindustrie en de afname van de werkeloosheid onder de gedemobiliseerde militairen. Na 5 jaar legerdienst was veel van het moreel bij de gedemobiliseerden ondermijnd, velen waren ook na 5 jaar dienst hun beroepsvaardigheden kwijt geraakt. Bovendien kwam er een nieuw economisch stelsel, dat door Amerikaanse invloed meer liberaal kapitalistisch was, meer pragmatisch, snel reagerend op de omstandigheden en per definitie minder stabiel. Ook handelsbelemmeringen blokkeerden onze industriële expansie. Erger was dat wij extra werden getroffen door de economische recessie in Duitsland, onze belangrijkste handelspartner. Rond 1923 begon niettemin de economie weer geleidelijk wat aan trekken en rond 1925 bereikte men weer het vroegere vooroorlogse niveau totdat er zich in september 1929 een catastrofale economische crisis voordeed die Nederland tot dan toe nooit eerder had gekend. Nederland werd door de grote crisis van de jaren dertig extra getroffen door een economisch beleid dat 50 jaar eerder al gangbaar was, maar niet aansloot bij de inzichten van de moderne tijd. Men hielt te lang vast aan de gouden standaard. Nederland was niet goed ingesteld op de nieuwe economische wereldorde, waardoor de crisis van de jaren dertig ons extra hard trof. Er kwam massieve werkeloosheid, die tot in de bezettingsperiode voortduurde. Veel Nederlandse werkelozen werden toen als dwangarbeider in de Duitse oorlogsindustrie ingezet. Veel Nederlanders denken nog met afschuw terug aan de Colijn jaren, genoemd naar de premier in die dagen, die ongekende bezuinigingen doorvoerde en waarbij vooral de werkverschaffing en het stempelen gehaat werden. Al met al suggereren de historische gegevens dat het ervaren van de Spaanse griep en de daarmee gepaard gaande toestand van sociale ontwrichting een algemeen wantrouwen veroorzaakte dat permanente gevolgen had voor het individuele gedrag in termen van een lager sociaal vertrouwen. Dit verlies aan sociaal vertrouwen vertraagde de economische groei gedurende de decennia daarna.

De maatschappelijke gevolgen van de Spaanse griep.

Na de Spaanse griep zien we een drastische omslag op alle maatschappelijke gebieden. De overheid vreesde onrust onder de bevolking na de massieve demobilisatie van ca. 200.000 militairen en zette daarom vaart achter een groot aantal hervormingen, dat de nieuwe tijd zouden markeren. Onder deze politieke druk ziet men versneld de invoering van sociale wetgeving, betaald bijzonder onderwijs, een 48urige werkweek en algemeen kiesrecht ook voor vrouwen.

Een belangrijk maatschappelijk fenomeen was dat tijdens de oorlog de positie van vrouwen in de oorlogvoerende landen sterk was veranderd. Ook in Nederland zien we de positie van vrouwen veranderen maar minder ingrijpend.
De sociale gevolgen van de griep en de oorlog waren dramatisch. Door de sterfte van veel jonge vaders waren er veel (oorlogs-)weduwen. Door de krimp van de Amerikaanse beroepsbevolking, die nog werd verergerd door het wegvallen van de gesneuvelde militairen, zagen werkgevers in de VS zich gedwongen de arbeidsomstandigheden te verbeteren. De lonen stegen en vrouwen kregen meer kans om te gaan werken. Doordat vrouwen in de oorlog veelal het werk deden van mannen veranderde de positie van de vrouw sterk. Zij namen na de oorlog veel meer deel aan het productieproces. Terwijl zo’n 65 miljoen mannen onder de wapenen waren, hielden vooral vrouwen thuis de landbouw en fabrieken draaiende. Ter illustratie: in Frankrijk en Duitsland is de helft van de mannen aan het front, in Engeland ongeveer een derde. Slechts wie te jong, te oud, of invalide was, mocht thuisblijven. Als de mannen eind 1918 terugkeren van het front, is de eigenwaarde van veel vrouwen zo gegroeid dat ze zich niet meer als tweederangsburgers laten behandelen.

Overal in Europa krijgt de feministische beweging de wind in de zeilen. Dit te meer omdat de sterfte van veel jonge mannen door de griep zeer groot was, waardoor de huwelijkskansen van veel vrouwen verkeken leken. Veel kinderen werden half-wezen doordat hun vader was gesneuveld of aan de griep was gestorven. Dit betekende dat in veel gevallen de vrouw en/of moeder kostwinner werd. De mobilisatie bracht ook in ons land de noodzaak buitenshuis te werken omdat de financiële ondersteuning van de gezinnen waarvan de vader militair was ontoereikend was. In veel bedrijven moesten vrouwen worden ingezet om de opengevallen plaatsen door mobilisatie van de mannen in te vullen. Er ontstaan op kantoren ook typische vouwenberoepen. Door de uitvinding van de typemachine door remmington ziet men een indiensttreding van veel jonge vrouwen vooral als typistes, telefonistes etc. Ook de gezondheidszorg en het onderwijs vroegen veel jonge vrouwen. De pandemie en de oorlog hebben dus veel betekend voor de vrouwenemancipatie. In mindere mate gold dit ook voor de afro-Amerikaanse minderheid in de VS, waarvan de positie door de oorlog werd versterkt. Door de griepuitbraak konden Afro-Amerikaanse verpleegsters en artsen voor het eerst openlijk samenwerken met blanke collega’s in de ongeregelde kazerne in Camp Logan. De National Association for the Advancement of Colored People die in die zelfde tijd (1921) werd opgericht, deed een oproep op het ethische en politieke geweten van het land op het gebied van institutioneel racisme.

Veranderde levenshouding en cultuuromslag

De combinatie van de eerste wereldoorlog en vooral de Spaanse griep hadden grote invloed op de levenshouding. Dit is niet verwonderlijk want oorlog en Spaanse griep veroorzaakten de meest rampzalige door mensen veroorzaakte gebeurtenis in de geschiedenis, vooral door de immense slachting op het slagveld waarbij tienduizenden op een dag het leven lieten. Ook de massale sterfte van de griepslachtoffers, die vooral ongunstig gelegerde militairen trof veroorzaakte veel sterfgevallen aan het front. Van de gestorven Amerikaanse militairen die in Europa werden ingezet was de doodsoorzaak voor ca 50% Spaanse Griep en de overige waren gesneuveld tijdens de krijgshandelingen.

Na de oorlog bestond grote politieke onzekerheid. Drie wereldrijken (Duitsland, Oostenrijk en Rusland) waren in elkaar gestort. In veel andere landen bestond eveneens grote onzekerheid en onrust. Dit leidde tot het verlies van vertrouwen in de religieuze en liberale waarden die aanleiding gaven tot de westerse beschaving, vooral door de gelijktijdige uitbarstingen van het communisme, het fascisme, het nazisme en de moderne barbarij. Dit leidde tot een cultuurpessimisme dat in de jaren 1920 verwoord werd door denkers als Oswald Spengler, José Ortega y Gasset en Johan Huizinga in Nederland. Meer ook bij de christenen waren heel wat doemdenkers. Jezus Christus had een tijd voorspeld waarin het ene volk tegen het andere zou strijden en waarin de aarde geteisterd zou worden door hongersnoden en epidemieën. Hij zei tegen zijn volgelingen dat zulke rampen een onderdeel zouden zijn van het teken van de laatste dagen.

Alom had de naoorlogse turbulente tijd invloed op de godsdienstbeleving. Bij christenen ziet men een modernisering. Dit hield in dat christenen hun Godsbeeld en geloofsovertuiging kritisch onder de loep namen. Opvattingen tussen de religies vervaagden. Tekenend was dat door de mobilisatie veel gemengde huwelijken in Nederland voorkwamen. Brabantse katholieke meisjes trouwen protestante militairen die in hun gebied waren gelegerd. Deze mannen bleven nadien vaak in Brabant hangen. Daarnaast ziet men de opkomst van nieuwe alternatieve vormen van religie (zoals het spiritisme). Ook ontstond er meer belangstelling voor oosterse religies zoals het hindoeisme en het ervan afgeleide yoga. Door het verlies van de bindende kracht van de godsdienst verloor de samenleving de gebruikelijke oriëntatie, het wordt zoeken naar een nieuwe sociale visie en het zoeken naar nieuwe antwoorden in een veranderde samenleving.

De nieuwe geest die zich na de griepperiode manifesteerde openbaarde zich ook in het dagelijkse leven. Deze maatschappelijke omslag is aardig beschreven in het boek van Ina Boudier-Bakker ” De klop op de deur”. Zeer prominent was dit ook te zien in modebladen na de griepgolf. De mode werd veel informeler vooral wat de dames betreft maar de herenmode veranderd nauwelijks. De slanke taille maakte plaats voor een rechte platte lijn. De jurken reikten tot de knie en voor de blote benen voorzag de textielindustrie in kousen. De trend bestond uit strakke rokken gecombineerd met pullovers, een kort jongensachtig kapsel onder een pothoed. Het haar werd later ook geonduleerd ofwel met een haarkrultang bewerkt in permanent-wave. Make-up met als nouveauté lippenstift. Het bruinen als verschijnsel deed zijn intrede. Door een bruine teint onderscheidde men zich van de werkende klasse. Alom zien we dat de seksuele moraal veel vrijer wordt. Het boek van het volkomen huwelijk van Hendrik van de Velde kreeg veel lezers. Geboortebeperking kwam langzamerhand in zwang, de verkoop van condooms werd – zij het met beperkingen -gedoogd. In het uitgaansleven voegden zich nieuwe verschijnselen als de miss verkiezingen, de travestietenshows bij de nog altijd florerende stripteasecultuur. Josephine Vroedvrouw werd door de media beroemd gemaakt vanwege door haar exotische dans in een bananenrokje. In de grand-cafés en DansSalons werd de charleston nog met overgave gedanst, maar deze werd door de overheid in 1926 verboden wegens het vermeende obscene karakter van die dans.

De cultureel-intellectuele erfenis van de oorlog en pandemie vallen moeilijk te onderschatten. Met name de politisering van culturele en intellectuele ideeën was typerend voor de decennia die volgden op 1918. Nergens manifesteerde de nieuwe tijd zich duidelijker dan in de verschillende kunstvormen. In alle takken van kunst werd heftig geëxperimenteerd met dezelfde instelling: tegen de burgerlijkheid! De kunst was ook geïnternationaliseerd, dat wil zeggen dat de meeste groepen, scholen en individuen van elkaars werk op de hoogte waren. De stijlen kwamen in meer landen voor. Door verschillende kunstenaars werd de abstractie direct of na lang zoeken bereikt. In Moskou was dat Kasimir Malewitsj, in München Wasslily Kandinsky, in Amsterdam Piet Mondriaan. In de toneelwereld drong het surrealisme door, afgeleid van de brede surrealistische beweging die zich vooral in de schilderkunst manifesteerde. De moderne bouwkunst kreeg een internationaal karakter door de oprichting van het Congres International d’Architecture Moderne (C.I.A.M., dat bestond tot 1959). De vormgeving van gebouwen kan worden samengevat in de term functionalisme – nieuwe zakelijkheid. Dat wil zeggen dat het vertrekpunt voor de architect niet het scheppen van een esthetische creatie was maar de functie van een gebouw. Het ontwerpen vanuit de menselijke maat en het gebruik door mensen van met elkaar samenhangende ruimtes in een gebouw werd het primaire probleem.” Form follows function” was de slogan. Erg veel rechthoeken en rechtlijnigheid waren het eerste zichtbare gevolg. In geen andere kunst was de omslag duidelijker dan in de muziek. Vooral de jazz vierde hoogtij in die dagen, het improviseren werd ook een karakteristiek voor het pragmatische beleid dat van af die periode werd gevoerd. Jazz werd een icoon van de nieuwe tijd. Ook bij het klassieke repertoire deed zich een omslag voor met loslating van veel oude structuren en de tonale beginselen. Deze muziek stond onder invloed van het expressionisme en men zocht daarbij naar nieuwe toonsoorten en nieuwe vormen. Arnold Schönberg (1874-1951) zocht mogelijkheden in atonale composities en een twaalftoonstelsel die deze nieuwe muziek in de volgende halve eeuw vorm gaven.

De naoorlogse internationale gevolgen van de Grieppandemie

Tegen het einde van de oorlog had de griep wereldwijd 50 miljoen tot 100 miljoen doden veroorzaakt waarbij vooral relatief jonge mensen het slachtoffer werden. Geschokt door de verschrikkelijke gevolgen van hun passiviteit, wijzigden de regeringen nu de regie. Veel landen zetten ministeries van Volksgezondheid op. Er was geen reden meer om vanwege strategische belangen van de krijgshandelingen, de ernst van de griep te versluieren. Aangezien de griep geen grenzen kende, begreep men al snel dat internationale samenwerking de enige mogelijkheid was om preventie effectief te kunnen aanpakken. Daarom werd internationale samenwerking niet meer geschuwd. De kersverse Volkenbond kreeg een Gezondheidsorganisatie en de daaronder ressorterende International Epidemic Commission.

De catastrofale gevolgen van de gestoorde vredesonderhandelingen door de Spaanse griep

Helaas werd niet veel lering getroffen uit de oorzaken en rampzalige gevolgen van de oorlog. De Europse landen waren onderling verdeeld hoe de vredesonderhandelingen tot een nieuwe meer gemeenschappelijke belangenpolitiek zou kunnen leiden. Nog tijdens de vredesonderhandelingen in Parijs vielen de grootmachten terug in hun oude patronen. De internationale samenwerking verwaterde vrijwel direct. Hoewel iedereen riep dat er lessen waren getrokken uit de vreselijke dubbele ramp van oorlog en pandemie, waren die in de praktijk al snel weer vergeten. Zeer belangrijk waren de indirecte politieke gevolgen van de griep periode. “De combinatie van de griep en de oorlog maakte Amerikanen bang voor wat er in de rest van de wereld gaande was. Dus groeide de opvatting om een isolationistisch land te worden en buitenlandse elementen buiten te houden”. Het veroorzaakt een periode van grote angst – angst voor het communisme, bolsjewisme en socialisme. De Ku Klux Klan groeide enorm, omdat mensen bang waren voor alles wat vreemd was. Deze nativistische impuls werd gevoed door de angst opgewekt door griep en oorlog. Het is reden geweest, dat de VS zich van Europa afwendde, hetgeen grote gevolgen heeft gehad voor de internationale politiek en bijgedragen heeft tot de tweede wereldoorlog .

Twee feiten worden nog verder genoemd die catastrofaal bleken voor de toekomst nl: de ziekte van Wilson en de dood van Sir Marc Sykes.

De griepziekte bij Wilson

Tijdens de Parijse onderhandelingen werd de gematigde Amerikaanse President Wilson tijdens het hoogtepunt van de vredesonderhandelingen (april 1919) plotseling geveld door de Spaanse griep. Hij was aan bed gekluisterd en na vijf dagen werden de onderhandelingen in zijn slaapkamer voortgezet. Dit werd een omslagpunt bij de onderhandelingen. Waar Wilson zich eerst sterk had verzet tegen Franse eisen om Duitsland zwaar te straffen en zelfs had gedreigd om de onderhandelingen af te breken, gaf hij nu futloos toe. Het resultaat was het in Duitsland gehate ‘Diktat’ van Versailles. Wie wil kan beargumenteren dat de Spaanse griep zo de kiem voor de Tweede Wereldoorlog legde.

Verschillende historische datasets uit Duitsland tonen aan dat de griepsterfte in 1918-1920 gecorreleerd was aan lagere uitgaven per hoofd van de bevolking, vooral aan diensten die door jongeren worden gebruikt.
Dat betekende dat in het volgende decennium het aandeel van stemmen ontvangen door extremistische partijen in 1932 en 1933 sterk toenam.
Deze resultaten zijn robuust wanneer wordt gecontroleerd voor demografie, veranderingen in de bevolking, lonen op stadsniveau, blootstelling aan hyperinflatie op stadsniveau in 1923 en regionale werkloosheid, en wanneer de sterfte door griep wordt gemeten.
Steden die een groter deel van hun bevolking zagen sterven vanwege influenza voorzagen minder uitgaven per hoofd van de bevolking in de toekomst hetgeen leidde tot meer gewonnen stemmen door extremisten, met name de extremistische nationaalsocialistische partij. Dit effect domineert veel andere effecten en is aanhoudend, zelfs als we controleren op de invloeden van lokale werkloosheid, stadsuitgaven en veranderingen in de bevolking als gevolg van de oorlog. We stellen dat onze resultaten waarschijnlijk het gevolg zijn van veranderingen in maatschappelijke voorkeuren na een pandemie. Het feit dat de pandemie voornamelijk een deel van de jongere bevolking trof kan deze extremistische stromingen hebben versterkt.

Marck Sykes

Een tweede voorval ook tijdens deze Parijse conferentie, met vergaand gevolgen was de plotselinge dood van Marc Sykes, een van de partners die de verdeling van het Turkse gebied Syrië zou regelen. De oorlog veranderde het aanzien van het Midden-Oosten immers doordat Turkije de kant van Duitsland had gekozen. In 1916 verdeelde de overeenkomst tussen Sykes en Picot het grondgebied van het Ottomaanse Rijk in het Midden-Oosten tussen de Britten en de Fransen. De overeenkomst verleende de Arabieren niet de onafhankelijkheid die hen was beloofd. In plaats daarvan controleerden de Fransen Libanon en Zuid-Turkije. Het hield toezicht op het door Arabieren gecontroleerde Syrië en Noord-Irak. De Britten controleerden Irak dat grenst aan Iran en een deel van Palestina. Het hield toezicht op het door de Arabieren gecontroleerde West-Irak, Jordanië en een deel van Egypte. Het doel was om het Suezkanaal te beheersen. De rest van Palestina viel onder internationale controle. Deze nieuwe landen weerspiegelden niet de samenstelling van de Arabische wereld, die al gecompliceerd was door de splitsing tussen soennieten en sjiieten. In 1917 vaardigde Groot-Brittannië de Balfour-verklaring uit die een joodse staat in Palestina steunde. Marc Sykes was door de Londense regering als belangrijkste gesprekspartner bij het overleg over de uitwerking de van Balfour declaration aangesteld om de onduidelijke verdeling van zuid-Syrië (nu Jordanië, Palestina en Israël) verder uit te werken. Vanwege zijn kennis van het Midden-Oosten, zijn goede relaties met zowel de Turken, Arabieren en de joden, en mede door zijn grote talenkennis was hij daarvoor de aangewezen persoon. Sykes plotselinge dood was een slag voor dit vredesoverleg. Historici zijn het er over eens dat de dood van Sykes bij deze onderhandelingen een negatief effect had op het joods Arabische overleg, waardoor de uitwerking van de Balfour declaratie een ongunstige wending kreeg. De ongunstige gevolgen van dit verstoorde overleg zien we via de media nog dagelijks door het voortduren van het Joods-Palestijns conflict.

Samengevat

Over één idee heerst echter vrij grote eenstemmigheid en dat is de grote betekenis van de Eerste Wereldoorlog voor de geschiedenis van de twintigste eeuw –zowel politiek, sociaal, economisch als mentaal. Velen spreken over de Eerste Wereldoorlog als een catastrofe die vooral West-Europa trof. In de nasleep van een van de ergste oorlogen ooit braken in Europa revoluties, burgeroorlogen, etnische zuiveringen, pogroms, maar ook de Spaanse Griep uit. Deze beangstigende ontwikkeling kende qua ellende zijn gelijke niet. De oorlog en zijn nasleep werd de voedingsbodem voor de totalitaire ideologieën van het bolsjewisme en, iets later, van het fascisme en nazisme met hun waanvoorstellingen van klassen respectievelijk rassenstrijd. De politieke en economische suprematie van Europa kwam ten einde. Hoewel de periode van het interbellum een korte welvaartsperiode kende, verkeerde Europa in een economische chaos die zijn weerga niet kende. Deze ongunstige nasleep van de eerste wereldoorlog was de voorloper van de tweede wereldoorlog. Het ontwrichtende effect van de pandemie bleef maatschappelijk lang na-ijlen met veel rampzalige gevolgen. Een van de gevolgen was de opkomst van een internationaal isolationisme. Grenzen werden gesloten, het internationale goederen en vrachtverkeer ondervond vele belemmeringen waardoor de economische groei werd gefrustreerd. Dit moest uiteindelijk leiden tot de internationale economische crisis van de jaren dertig en de tweede wereldoorlog.