De Spaanse Griep, die toesloeg tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog, trok een spoor van verwoesting door de wereld. Vooral Europa  werd erg getroffen, ook Nederland zij het in mindere mate. Dit is de reden dat wij op de gevolgen van deze ziekte hier dieper ingaan temeer omdat deze ziekte op sommige punten duidelijke overkomsten toont met de huidige Covid19 pandemie. Het grote probleem destijds was dat deze ziekte onbekend was en in meerdere verschillende fasen (nieuwe mutaties?) verliep en er geen therapie bestond die effectief was. Het dramatische was bovendien dat de Spaanse griep vooral de jonge mannen trof. Mensen in de bloei van hun leven werden in enkele dagen massaal weggevaagd. Dat verhevigde de publieke angst nog meer. Wie nu foto’s van destijds bekijkt, van mensen met mondkapjes in Londen en Parijs en van rijen ziekenhuis­bedden in tenten, ziet duidelijke gelijkenissen met de huidige situatie. De reden waarom de Spaanse griep zoveel slachtoffers kon maken, was de slechte hygiëne tijdens de Eerste Wereldoorlog. De loopgraven waren met hun gebrek aan schoon drinkwater en overvloed aan ongedierte een broedplaats voor ziektes. Daar komt bij dat veel soldaten aan het eind van de oorlog verzwakt waren en dicht op elkaar leefden. Dat zorgde voor snellere verspreiding en een kleinere overlevingskans. Bij latere pandemieën werd er daarom veel nadruk gelegd op het wassen van de handen en het vermijden van sociaal contact als enige preventie mogelijkheid. Zo verwoestend als de huidige pandemie is, de Spaanse grieppandemie blijft toch de ergste in de wereldgeschiedenis. Tegen de tijd dat drie golven van de Spaanse griep zich over de hele wereld in 1918 en 1919 verspreidden, waren ten minste 50 miljoen mensen gestorven. In Nederland stierven ca 60.000 inwoners (Ter vergelijking: grieppandemieën in 1957, 1968 en 2009 eisten naar schatting 3 miljoen mensen wereldwijd) mede door de veel voorkomende longcomplicaties.

Oorsprong Spaanse griep

Het begin van de Spaanse griep was in de VS. In 1917 besloot de VS zich bij de geallieerden bij de strijd tegen Duitsland aan te sluiten. Op korte tijd wist men een grote legermacht op de been te brengen, die her en der in kampen werden gelegerd. Dit is een ideale omstandigheid waardoor epidemieën zich snel kunnen verspreiden. In de Verenigde Staten werd de ziekte voor het eerst in camp Funston in Haskell County, Kansas, in januari 1918 geconstateerd. De legerarts meldde dit en waarschuwde toen al voor de gevolgen. Van Funston sloeg de griep over naar andere kampen. In de herfst van 1918 werd Victor Vaughan, een prominente arts, naar Kamp Devens bij Boston gestuurd om verslag uit te brengen over een griep die daar woedde. Hij zag “honderden stoere jonge mannen in het uniform van hun land, die in groepen van tien of meer in de afdelingen van het ziekenhuis kwamen”, schreef hij. “Ze worden op de kinderbedjes geplaatst tot elk bed vol is, weer anderen dringen binnen. Hun gezichten dragen al snel een blauwachtige schijn, een schrijnende hoest brengt bloed bevlekt sputum. ’s Morgens worden de dode lichamen als koordhout in het mortuarium opgestapeld.”

Het is mogelijk dat Chinese contractarbeiders in het Kamp Funston bij de infectie betrokken waren. In 1918 was er immers een massale migratie van Chinezen naar de VS. Later bleek de verwantschap met de Chinese vogelgriep H1N1, en nu wordt het als een Zoönose ( infectieziekte waarbij dieren zijn betrokken) beschouwd. Dit verklaart de eradiatie (verspreiding) van dit virus mogelijk omdat het virus in dier en (vogels) bleef hangen, waardoor verspreiding op mensen lange tijd mogelijk bleef.
Op 4 maart 1918 meldde bedrijfskok Albert Gitchell zich ziek in Fort Riley, een Amerikaanse militaire faciliteit die in die tijd Amerikaanse troepen opleidde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het was het eerste geregistreerde slachtoffer met de griep in dit kamp. Binnen enkele dagen hadden 522 mannen in het kamp Riley zich ziek gemeld. Militairen van dit kamp werden met de Amerikaanse troepenschepen naar het Westfront overgebracht voor deelname aan de strijd tegen Duitsland. Vooral onder deze verscheepte Amerikaanse soldaten was de sterfte van militairen door de griep enorm. In augustus 1918 had de helft van de Amerikaanse soldaten in Europa de ziekte: 43.000 man overleefden het niet. Het aantal VS-doden door deze infectie was bijna even groot als van het aantal gesneuvelden tijdens gevechten. Met de komst van deze Amerikaanse militairen brak ook in West-Europa een griepepidemie van ongekende omvang uit. In korte tijd kregen aan beide zijde van de frontlinie enkele honderdduizenden militairen de griep. Een reden waarom de Spaanse griep zoveel slachtoffers kon maken, was de slechte hygiëne tijdens de Eerste Wereldoorlog. De loopgraven waren met hun gebrek aan schoon drinkwater en overvloed aan ongedierte een broedplaats voor ziektes. Daar komt bij dat veel soldaten aan het eind van de oorlog verzwakt waren en te dicht op elkaar leefden. Dat zorgde voor snellere verspreiding en een kleinere overlevingskans.

Uiteraard had deze griep, die mei 1918 aan het Westfront uitbrak, grote invloed op de krijgshandelingen. Tijdens de laatste veldslag waren aan Duitse zijde ca. 20% van de militairen door griep geveld. Dit offensief verzandde daardoor en bevorderde de eindzege van de geallieerden. Deze samenhang van griep en wapenstilstand is meer dan opmerkelijk en wordt nauwelijks vermeld. Om de oorlogsinspanningen niet te schaden, bagatelliseerden de strijdende partijen de epidemie. En om dezelfde redenen verzuimden ze quarantaines in te stellen, wat de verspreiding van het virus in de hand werkte. Pas na de wapenstilstand werd het openbare leven stilgelegd en ging men over op een ander beleid.

Spaanse Griep in Nederland

Ook in Nederland manifesteerde de griep zich als eerste in garnizoensplaatsen rond mei 1918. In het Nederlandse tijdschrift voor Geneeskunde zijn hieraan diverse artikelen gewijd. In de landelijke pers was het onderwerp Spaanse griep haast taboe om onrust te voorkomen. De geneeskunde stond vrijwel machteloos tegen deze griepgolf. Allerlei therapieën werden beproefd, tevergeefs. Militairen verkeerden in een extra kwetsbare positie, omdat zij door de slechte legering elkaar hoestend de luchtweginfecties doorgaven. De Spaanse griep was daarom de grootste killer ook van onze gemobiliseerde militairen in de Eerste Wereldoorlog. Bij de eerste griep golf van 11 juli 1918 werden de eerste ziektegevallen gemeld bij grensarbeiders, mijnwerkers en gemobiliseerde soldaten. Op dezelfde dag was direct ook de eerste dode te betreuren: een metselaar uit Lonneker, die in Duitsland werkte, daar ziek was geworden en overleed in de trein naar huis. Dagelijks berichtten kranten over het toenemende aantal dorpen en steden waar de griep opdook. Al gauw waren duizenden mensen besmet. Na een piek in augustus daalde het aantal griepdoden snel. Nederland leek het ergste achter de rug te hebben.

Maar in het najaar keerde de Spaanse griep in alle hevigheid terug. Ditmaal was het virus agressief en erg dodelijk. Het aantal besmettingen en sterfgevallen steeg in oktober explosief. Op de door honger verzwakte bevolking had deze Spaanse griep ook in Nederland een catastrofale uitwerking. Vooral in Amsterdam en in het noordoosten van Nederland was de ziekte actief. De slachtoffers waren, anders dan bij de bekende griepvarianten, vooral jonge personen met een sterk afweersysteem. Later is duidelijk geworden dat de plotselinge dood vooral het gevolg was van acuut longoedeem, dat weer het gevolg was van een storm in het immunologische systeem. De griep verzwakte haar slachtoffers zodanig dat ze vatbaar werden voor longontsteking en dit werd de meeste, vooral de ouderen, fataal. De griep begon per acuut met koude rillingen, het gevoel doodziek te zijn, heftige voorhoofdspijn en nachtmerries. Er ontstonden snel ernstige longcomplicaties met bloed opgeven. De sterfte was hoog, vooral op jonge leeftijd. Patiënten konden binnen een paar dagen of zelfs uren overlijden. Ongeveer 10-15% van de jongere zieken stierven door ademnood na enkele dagen door deze griepinfectie. Na een week werd de griep minder maar bij een groot aantal herstellende grieppatiënten trad daarna nog een tweede koortsgolf op. Deze berustte op een secundaire bacteriële infectie van de luchtwegen in de door de griep aangetaste luchtwegen. Naar schatting stierven 1 op de 5 grieplijders
alsnog daardoor. Dit waren overwegend de wat ouderen zodat de leeftijd-incidentie curve(het aantal nieuwe gevallen per duizend personen per x jaar) de vorm van een ”u” had.

Ongunstige omstandigheden

Was deze virale infectie op zich al erg genoeg zij trof bovendien een hongerende bevolking in ongunstige omstandigheden (ondervoeding, overvolle medische kampen en ziekenhuizen, slechte hygiëne). Dit bevorderde deze bacteriële superinfectie die nog veel slachtoffers, meestal ouderen, doodde, na een ietwat langduriger sterfbed. In november 1918 eiste de Spaanse griep in Nederland het hoogste aantal mensenlevens. In dagbladen verschenen hele kolommen vol rouwadvertenties. In november bleken 10.645 mensen te zijn overleden aan de griep: drie keer zoveel als in de maand ervoor. Aan het begin van de pandemie kregen de doden een normale begrafenis, maar toen er zo veel mensen tegelijk stierven werden ze in snel in elkaar getimmerde ongelakte kisten of soms zelfs slechts in een doek gewikkeld ter aarde besteld. In sommige gemeenten konden de doodgravers het werk niet meer aan en lagen doodskisten op elkaar gestapeld op het kerkhof te wachten. Voorjaar 1919 was nog een derde griep golf die tot juni duurde en ongeveer 1550 slachtoffers vergde en in 1920 was nog een kleine griepinfectiegolf. De geneeskunde had weinig tegen de griepziekte te bieden.

In tegenstelling tot vandaag waren er nog geen antibiotica, intensive-care-afdelingen, ventilatoren, IV-vloeistoffen of vaccins. Je kreeg bij ziekte misschien een bed en enige verpleging. Preventieve maatregelen waren het enige wat mogelijk verlichting gaf. Dit stuitte op problemen. In quarantaine gaan was tijdens de oorlog vrijwel onmogelijk gezien de troepenverplaatsingen en de thuisverloven van gemobiliseerde gekazerneerde militairen. Het thuisfront tastte intussen in het duister hoe het met deze gekazerneerde militairen, soms ver weg, ging.

Om de oorlogsinspanningen niet te schaden, bagatelliseerden de strijdende partijen de epidemie. En om dezelfde redenen verzuimden ze quarantaines in te stellen, wat de verspreiding van het virus in de hand werkte. Pas na de wapenstilstand werd het openbare leven stilgelegd. De medische behandeling van de griep was symptomatisch waarbij men tegen de koorts hoge doses aspirine kreeg, die soms zelfs een negatief effect hadden. Preventie was de enige mogelijkheid invloed op de griepgolf te krijgen en dat hield in quarantaine, sociale isolatie, mondkapjes, niet spugen bordjes, afstand bewaren, handen wassen, e.d. Men zei tegen mensen nadrukkelijk dat men vaak de handen moesten wassen, niet op elkaar moesten in-hoesten, thuis moesten blijven, weg moesten blijven van andere mensen e.d. Het schoonmaken van straten en het ontsmetten van openbare ruimtes, zoals kerken, bioscopen, theaters en werkplaatsen, werden beschouwd als hoekstenen bij het beheersen van de verspreiding van de Spaanse griep, naast het verbieden van menigten buiten winkels en het beperken van het aantal passagiers in het openbaar vervoer. Ze bleken echter niet erg effectief. Het werd vaderlandslievend aangeprezen om niet publiek te hoesten en thuis te blijven als men ziek was. Het dragen van mondkapjes werd als een vorm van patriotisme gezien.

Het dragen van mondkapjes werd dan ook in veel landen welhaast verplicht. Maar het dragen van mondkapjes leidde tot protesten. In San Francisco kwam een anti-kapjesbeweging op gang, na de eerste Spaanse griepgolf. De mondkapjes hielpen weinig, en toen een tweede golf kwam wilden de mensen die niet meer dragen. Men ziet dan een echt publieke terugslag in het dragen ondanks dwingende maskeraanbevelingen. Het blijkt dat weerstand tegen het dragen van gezichtsbedekking niet nieuw is. Tijdens de pandemie van 1918 noemden mensen ze vuilvallen en men voorzag ze van enkele geknipte gaten zodat men sigaren kon roken. De meeste mensen waren volgzaam, net als nu  trouwens. Mensen kregen bij het niet dragen van mondkapjes boetes, en belandden soms in de gevangenis. Toen die kapjes niet meer nodig waren was de opluchting en blijdschap bij bevolking heel groot.

De directe maatschappelijke gevolgen van de Spaanse griep in Nederland

Daar waar de griep toesloeg werd het sociaal economische leven stilgelegd. Overheidsdiensten sloten, fabrieken werden stilgelegd en veel winkels gingen dicht. De post ondervond grote vertraging. Diverse tramlijnen moesten tijdelijk worden stilgelegd; het stadhuis was telefonisch bijna onbereikbaar omdat veel telefonistes thuis ziek in bed lagen. Verder werden op last van de burgemeester de scholen gesloten. Zelfs toen de wapenstilstand werd gesloten op 11 november en er een einde aan de krijgshandeling kwam waren er geen publieke festiviteiten en bijeenkomsten. In Amsterdam was de zwaarste week, die van 27 oktober tot 2 november, er overleden 651 Amsterdammers. Het is tevens de tijd dat men met de massale demobilisatie was begonnen. Mensen ontweken elkaar om niet besmet te raken. Diverse diensten raakten ontwricht door het grote aantal zieken, de Geneeskundige Dienst, de brandweer en de politie konden hun (zorg)taken nauwelijks aan. De ziekenhuizen lagen vol en er was een schrijnend tekort aan medisch personeel. Het OLVG (Onze Lieve Vrouwen Gasthuis )moest zelfs de deuren sluiten wegens het grote aantal zieke verpleegsters. Mede door de voedselschaarste en de vele onzekerheden werd de bevolking moedeloos, angstig en geprikkeld, zodat divers rellen zich voordeden, vooral in Amsterdam.

De doodsangst waarin men verkeerde voor de zich plotseling openbarende ziekte, die “den patiënt in een krampachtige worsteling met den steeds overwinnende dood een bijna zeker einde tegemoet gaat”, stemde tot een sombere neerslachtigheid en een naargeestige stemming. Veel mensen raakten prikkelbaar waardoor conflicten tussen de burgers toenamen, mede als gevolg voedselschaarste.

Door de voedselschaarste en mede door de griep ziet men tegen het einde van de oorlog in het leger diversen muiterijen. Soortgelijke verschijnselen deden zich ook in andere landen voor. In sommige landen was de griep een aanleiding om de straat op te gaan en te demonstreren tegen de regering. Omdat het aantal slachtoffers snel op liep, ontstond het idee dat de regering niets, of te weinig deed. In Zwitserland werd een burgeroorlog ter nauwernood voorkomen en in Rusland zorgde de angst voor het virus voor grote ontevredenheid in de arbeidersklasse en droeg het bij aan de revolutionaire wanorde in het voormalige tsarenrijk. Vooral in Duitsland waren er tegen het einde van de oorlog muiterijen onder de militairen die rond de vredesonderhandelingen in opstanden en publieke wanorde eindigden. Dit had ook invloed op het bestuurlijk Nederland omdat het de onrust kon aanjagen. In Nederland probeerde Troelstra gebruik te maken van de onvrede in het leger, maar zijn oproep tot een revolutie verzandde spoedig. Ook al omdat Troelstra weinig persoonlijke moed toonde.

Directe economische gevolgen van de Spaanse Griep

Epidemieën kunnen binnen een samenleving tot zware sociaaleconomische gevolgen leiden, die soms zelfs zwaarder zijn dan de epidemie zelf. Om te beginnen zal de epidemie een economische wissel op de samenleving trekken, omdat de patiënten behandeld moeten worden, niet kunnen werken en niet winkelen, dus geen geld uitgeven. Bovendien zullen, wanneer het een mogelijk dodelijke ziekte betreft, ook veel gezonde personen bang worden en weigeren naar hun werk te gaan. Verder kan ook de overheid het economisch leven en interlokaal verkeer (tijdelijk) stilleggen om besmetting te voorkomen, een zogenaamde lock-down. Wanneer dit langere tijd duurt kunnen bedrijven failliet gaan omdat niemand meer komt werken en er geen klanten meer komen opdagen, maar veel kosten wel doorlopen. Een vraag is bovendien, komt de democratie niet in de knel door de pandemie, nu overheden de ene noodmaatregel na de andere  moeten nemen om de crisis te beteugelen. Ook in het verleden betekende een epidemie vaak draconische maatregelen van de overheid. Daarom moesten er bij deze epidemie noodgedwongen quarantaine, sociale isolatie en reisrestricties worden opgelegd. Andere gevolgen waren de opkomst van totalitaire regimes als het fascisme en het communisme, ontstaan uit onvrede bij de arbeidersklasse. Waar de totalitaire regimes niet om zich heen grepen verbeterde de positie van de arbeidersklasse: omdat zonder verbetering de arbeiders revolutionaire ideeën zouden kunnen krijgen, maar ook omdat ze het kapitalisme draaiende hielden. Tevens was er de veranderde verhouding tussen staat en burger. De staat werd voor de burger belangrijker en er werd gestreefd naar een etnische eenheidsstaat.

Het einde van de acute epidemie

Medio 1919 nam de ernst van de epidemie af. Het precieze einde van de pandemie wisselde in de diverse gebieden sterk en hing af van de informatie en opleiding van zijn specialisten en de belangen van de politieke klasse. Pas tegen in 1920 beschouwde men in Nederland deze pandemie beëindigd toen het aantal acute besmettingen verminderde en de samenleving uiteindelijk een collectieve immuniteit tegen de Spaanse griep had opgebouwd; het virus verdween echter nooit volledig. Eigenlijk bleef het virus nog ca 40 jaar in omloop als deel van de wintergriep perioden. Sporen van hetzelfde virus zijn gevonden in andere griepgolven die jaarlijks deel uitmaakten van de winter-epidemieën door het influenza virus. De Spaanse griep bleef verschijnen, muteerde en verwierf genetisch materiaal van andere virussen. Zelfs wanneer acute medische verschijnselen van de pandemie zijn verdwenen door groepsimmuniteit, door vaccinatie of een doeltreffende behandeling dan nog persisteren de medische sporen van de ziekte nog een lange tijd in een bevolking. Een verklaring voor dit verschijnsel is dat erfelijke factoren de immunologische weerstand reguleren. Mensen met afwijkingen van de genen die de immuniteit regelen bouwen onvoldoende weerstand op tegen de infectie waardoor bij sommige mensen de griep een meer chronisch karakter toont.

Chronische restverschijnselen van de Spaanse griep

Maar er waren ook veel andere chronische restgevolgen van de Spaanse griep, die pas bij later onderzoek aan het licht kwamen. Veel mensen die de Spaanse griep kregen, overleefden de ziekte, maar bij veel patiënten kon de ziekte grote schade veroorzaken. Zoals ernstige longafwijkingen, chronische vermoeidheidsklachten. Vaak waren de overlevenden dan voor hun hele leven getekend en kon men niet meer een normaal werkzaam leven leiden. Late effecten van de grote pandemie werden ook zichtbaar bij de kinderen van vrouwen die tijdens zwangerschap de Spaanse griep opliepen. Moeders die ziek werden in de eerste maanden van de zwangerschap, zo ontdekte men later, kregen baby’s die 60 of 70 jaar later een ongebruikelijke hogere kans hadden op diabetes I. Moeders die aan het einde van de zwangerschap werden getroffen, hadden de neiging kinderen te baren die vatbaar waren voor nieraandoeningen. Trof de griep de zwangere tijdens 4-5de maand dan was dit geassocieerd met hartaandoeningen bij het kind. Kinderen van zwangeren die tijdens de pandemie werden geboren, groeiden uit tot kortere, armere, lager opgeleide volwassenen met een hoger percentage handicaps dan men zou verwachten. De kans is groot dat geen van de griepbaby’s zich bewust was van de schaduw die de pandemie over hun leven wierp . Maar ze waren het bewijs van een wrede waarheid: pandemie

Dan waren er de vele gevallen van ‘slaapziekte’ (encefalitis lethargica, ofwel: EL) na de griepgolf. Hieraan stierven wereldwijd een half miljoen mensen. Deze ziekte werd in de beginfase gekarakteriseerd, door slaperigheid, vermoeidheid en later kregen deze patiënten ernstige neurologische klachten die vrij vaak tot de dood leidden. Ook in Nederland zag men in de jaren 1921, 1922 veel patiënten die naast de slaapzucht eveneens een uiteenlopende reeks van neuropsychiatrische klachten toonden. In het Nederlands tijdschrift voor geneeskunde werden een groot aantal gevallen gerapporteerd zoals door NJFM. Konings uit Roosendaal die in zijn praktijk 2 gevallen zag na het doormaken van een griepziekte. Of er een rechtstreekse samenhang met de Spaanse griep bestaat is nog steeds een punt van discussie. Naar mijn persoonlijke mening heeft men te doen met een vorm van een pathologische immuunreactie die de hersenen aantast en die het gevolg kan zijn van een uiteenlopende groep van infectieuze agentia en die vermoedelijk optreedt bij mensen die daarvoor gedisponeerd zijn (aanleg voor hebben). De ziekte is jarenlang vergeten geweest.

De Spaanse griep liet de psyche ook niet onaangeroerd. Door de sociale isolatie en vereenzaming, de angst en radeloosheid ontstonden een groot aantal psychische klachten vooral bij de meer labiele personen. In diverse landen werden meer psychiatrische opnames gezien en nam het aantal suïcides o.a. door vereenzaming toe. In het Verenigd Koninkrijk werden in 1919 en 1920 als gevolg van deze griep toenames in het aantal psychiatrische en neurologische aandoeningen gevonden, op basis van registraties door artsen en onderzoekers. Een indicatie van de ernst van de psychische impact geeft historisch onderzoek in Noorse archieven. Dat onderzoek laat zien dat het aantal eerste opnames in de ggz-inrichtingen van die tijd (asylum hospitalizations) dat toegeschreven werd aan de gevolgen van de griep, enorm gestegen was: dat aantal was ruim zeven keer hoger in de zes jaren na de griep dan daarvoor. In de Verenigde Staten werden duidelijke toenames in het aantal suïcides waargenomen gedurende de twee golven van de grieppandemie in de periode 1918-1919. Door het sluiten van de scholen en door sterfte van docenten gedurende de epidemie liepen veel kinderen tenslotte een leerachterstand op welke nauwelijks werd ingehaald en op de latere levensloop een blijvende negatieve invloed had.