Foto’s bewaren

0
80

Advies: JPG-format,  veel gebruikt voor foto’s en afbeeldingen maar het heeft ook bezwaren.

Genealogen en miljoenen anderen hebben honderden miljoenen digitale foto’s op hun harde schijven en op cd-rom-schijven opgeslagen. Misschien wel het meest populaire bestandsformaat voor digitale foto’s is JPG (of JPEG), een veelgebruikte compressiemethode voor fotografische afbeeldingen. De mate van compressie kan worden aangepast, waardoor een selecteerbare afweging tussen opslaggrootte en beeldkwaliteit mogelijk is. JPEG bereikt doorgaans 10 op 1 compressie met weinig waarneembaar verlies in beeldkwaliteit. Het JPEG-bestandsformaat wordt veel gebruikt vanwege de kleine bestandsgrootte. U kunt het gebruiken op internet, sociale media en voor drukkerijen en albums. De bestandsgrootte kan zo klein zijn vanwege de slimme algoritmen die het bestand kunnen comprimeren door de minder belangrijke afbeeldingsgegevens weg te gooien. Hoewel er slimmere en betere manieren zijn om dit te doen, is de JPEG voorlopig nog steeds de standaard.
JPEG is nog steeds  het meest gebruikte beeldformaat dat wordt gebruikt door digitale camera’s en andere apparaten voor het vastleggen van foto’s, zoals scanners. Het is ook het meest gebruikte formaat voor het opslaan en verzenden van fotografische afbeeldingen op het World Wide Web.
Dit artikel waarschuwt dat JPEG bij ondeskundig gebruik dataverlies en beschadiging van de afbeelding kan geven.

In 1986 was de beeldschermtechnologie ontoereikend voor afbeeldingen op het scherm. De International Organization for Standardization (ISO) besloot te gaan werken aan manieren om fotorealistische afbeeldingen op kleine schermen waar dan ook ter wereld weer te geven.

Rond dezelfde tijd verscheen de Joint Photographic Experts Group (JPEG) op het toneel, die zijn eigen standaard ontwikkelde om grafische bestanden zodanig te comprimeren dat ze op een gemiddelde pc konden worden gebruikt. Ze bedachten het concept lossy compressie, waarbij voor het menselijk oog onzichtbare visuele gegevens werden verwijderd en kleurvariatie werd gereduceerd. De JPEG-standaard specificeert zowel de codec, die definieert hoe een afbeelding wordt gecomprimeerd tot een stroom van bytes en weer gedecomprimeerd tot een afbeelding, als de bestandsindeling die wordt gebruikt om die stroom te bevatten.

Met de komst van digitale camera’s en het World Wide Web brak JPEG echt door. Nu kon iedereen foto’s maken en in bestanden opslaan die klein genoeg waren voor de beperkte opslagruimte op de camera en toch een redelijke beeldkwaliteit hadden. De echte waarde van JPEG ontstond toen je er metadata in kon opslaan, bijvoorbeeld de locatie en datum van de opname en zelfs de camera-instellingen. 

Serieuze fotografen twijfelden vaak nog over opnamen in JPEG omdat ze alle afbeeldingsdetails willen behouden voor nabewerkingen of afdrukken. Maar het bestandstype is nog steeds een favoriet.  

Er zijn later nog verschillende andere compressiemethoden ontwikkeld voor grafische afbeeldingen, waaronder JPEG, GIF en PNG. JPG blijft echter het meest populair voor het opslaan van foto’s en wel om zeer goede redenen. Het opslaan van afbeeldingen in JPG-indeling verbruikt veel minder schijfruimte dan veel andere bestandsindelingen. Dat was enkele jaren geleden heel belangrijk. Echter, naarmate de schijfprijzen zijn gedaald, zijn de vereisten om zoveel mogelijk uit elke kilobyte te persen afgenomen. Hoe goed JPG ook is, Men moet er rekening mee houden dat het ook aanzienlijke nadelen heeft.

Als voordelel van JPEG-bestanden. geldt dat het wereldwijd het bekendste bestandstype – compatibel met de meeste browsers, software en apps. De kleine bestanden zorgen voor snelle overdracht en online toegang. Door verwijdering van alle kleuren die het menselijk oog niet kan onderscheiden – ‘lossy’ compressie genoemd – is de bestandsgrootte van JPEG’s minimaal. Vergeleken met ‘lossless’ bestandstypen zoals GIF is een JPEG-bestand aanzienlijk kleiner. Ook  de nabewerking is eenvoudiger omdat witbalans en verzadiging met de sluiterklik zijn ingesteld.

Nadeel van JPEG-bestanden is dat Lossy’ compressie wel ruimte bespaart, maar bij heel erg gecomprimeerde afbeeldingen gaat dit wel ten koste van de kwaliteit. Afbeeldingen met scherpe randen en lijnen verliezen iets van die scherpte bij compressie. Als je zoveel gegevens verliest, kan dit leiden tot posterisatie: het verlies van geleidelijke overgangen tussen kleuren, waardoor deze te abrupt zijn en de afbeelding blokkerig oogt. Er kunnen ook artefacten verschijnen – aliasing bij de randen, lichteffecten of ruis – die de beeldkwaliteit ernstig verminderen. Je kunt de potentiële valkuilen van artefacten en posterisatie vermijden door foto’s op te slaan als RAW.

Men kan die JPEG-fotografen alleen maar adviseren om voorzichtig te zijn met hun JPEG-bestanden. Aangeraden wordt het bestand nooit een tweede keer op te slaan in JPEG-formaat. Want elke keer dat je dat doet, verlies men kwaliteit. Als men erop staat JPEG te gebruiken, zorg er dan voor dat u de originele JPEG op uw computer bewaart en gebruik deze als het beginpunt van elke correctie die u op dat bestand zou kunnen doen. Sla het gewijzigde bestand altijd op als een nieuw bestand, overschrijf nooit het origineel. Zo behandel je de originele JPEG als een digitaal negatief, van waaruit je als uitgangspunt kunt gaan werken.