Hoe de vroegere epidemieën eindigden blijkt niet vast te stellen omdat het einde van een epidemie niet alleen van de biologische factoren afhankelijk is maar ook van het onvoorspelbare gedrag van mensen, de wispelturigheid van het klimaat en vele andere niet te voorziene omgevingsfactoren. Als regel laat een pandemie grote sporen achter die de samenleving langdurig zullen treffen. Afgezien van het verwoestende verlies aan mensenlevens, betekent het de pure verstoring van het normale leven die naar verwachting langdurige schade toebrengt aan de economie. Elke opeenvolgende pandemie lijkt de economie meer te treffen omdat onze samenleving steeds ingewikkelder wordt. De reacties op eerdere pandemieën waren grotendeels afhankelijk van hygiënische en sanitaire maatregelen zoals handen wassen, maar niet van lock-downs, fysieke afstand of andere maatregelen die economieën nu ontwrichten. Nog dieper gaan de littekens als men de sociaal economische factoren hierbij betrekt zoals toenemende armoede, sociale onrust en oorlogsconflicten.

De Internationale lock-down en de effectieve opschorting van burger- en commerciële activiteiten in hele landen hebben de kwetsbaarheid van onze samenleving aan de orde gesteld en hebben duidelijk gemaakt hoe onze economische, sociale en politieke systemen werken en hoe deze mogelijk moeten veranderen. Covid-19 heeft de wankele fundamenten blootgelegd waarop veel van wat we in de ontwikkelde wereld als vanzelfsprekend beschouwen is gebouwd. Dit geldt in het bijzonder de ingewikkelde en verweven aard van geglobaliseerde toeleveringsketens en productie-infrastructuur tot de just-in-time leveringen aan supermarkten en industrieën. Nog erger wordt daarbij Afrika getroffen dat buiten de boot dreigt te vallen. Het is denkbaar dat als gevolg van de huidige pandemie, de routinematige immunisatie zou kunnen worden verstoord, evenals de toegang tot behandelingen voor malaria, HIV en tuberculose en gezinsplanning. Een grote werkeloosheid dreigt. Het aantal mensen met acute honger zal verdubbelen. Dit betekent dat, afgezien van de onmiddellijke effecten van mogelijke COVID-19-infectie, de resulterende schokgolven voor de meest gemarginaliseerde gemeenschappen voorlopig zullen voortduren. Miljarden in Afrika, Azië en Latijns-Amerika hebben geen enkele mogelijkheid om het coronavirus buiten te sluiten en worden nu geconfronteerd met verwoestende economische en gezondheidsgevolgen. Dit zal ongetwijfeld tot migratie golven leiden, zoals tijdens de middeleeuwse pestperioden, men de eigen streken verliet en daarmee het virus verspreidde.

De studie van vroegere epidemieën is leerzaam om dat er veel praktische lessen uit te trekken zijn. Dit geldt in het bijzonder de Spaanse griep periode omdat in veel opzichten zeker wat de sociaal maatschappelijk effecten betreft die zo sterk op de huidige epidemie lijkt. De geschiedenis van deze Spaanse griep geeft een waarschuwing. Men moet niet de pandemische beheersing beperken tot lichte maatregelen. Mocht de epidemie zich hierdoor verder verbreiden en uit de hand lopen, dan kunnen de gecumuleerde economische kosten die op de lange termijn moeten worden betaald, aanzienlijk hoger zijn dan men verwachten mocht. Men is vanuit politieke druk geneigd om te vroeg de teugels te laten vieren. Dat werkte dus zowel op het ziektebeloop als op de economie averechts. Kort samengevat: social distancing werkte in het verleden en medische belangen dienen voorrang te krijgen, want daar hebben ook andere belangen op langere termijn de meeste baat bij. Daarbij moet men bovendien rekening houden met het gegeven dat Covid-19 een klimaat afhankelijke zoönose is. Bij de bestrijding van dit virus moet men dus niet alleen met de menselijke factor rekening houden, maar dier op mens en mens op dier besmettingen zijn mogelijk. Een straf langdurig aangehouden beleid is op den duur het beste omdat daarmee veel leed en veel extra kosten kunnen worden voorkomen, ook al kost dit kortdurende pijn en ongemak.

Terugkomend tenslotte op de genealogie. Toekomstige generaties zullen bij de studie van het familieverleden door de veelheid van gegevens via de media ongetwijfeld met de 2020 pandemie worden geconfronteerd. Het is een zwart jaar in onze geschiedenis zoals 1918 voor de griep en 1832 voor de cholera was. Niet alleen zien zij de verhoogde sterftecijfers, waarbij veel (over)grootouders. Maar ook zal de economische teruggang invloed hebben op het familieleven, door baanverlies, faillissementen, veranderingen in de levenswijze, de gevolgen van de lock-down voor het familieleven (nu al tekent zich een verhoogd aantal echtscheidingen af) maar vooral omslag in het dagelijkse leefpatroon, zoals we ook bij de Spaanse grieppandemie zagen. Denk daarbij ook aan de chronisch getroffen patiënten met ernstige restverschijnselen die langdurig of blijvend uit de arbeidsmarkt vielen. De culturele en maatschappelijke erfenis van de pandemie valt bovendien moeilijk te onderschatten door het verdwijnen van culturele instellingen of deelname aan culturele verenigingen. Heemkundige verenigingen zullen stellig bij de beschrijving van hun woonplaats het aantal plaatselijke slachtoffers proberen te achterhalen en wie dat waren. Toekomstige genealogen en heemkundigen zullen zich daarbij vermoedelijk afvragen wat de externe factoren waren, die voor de verschillen in sterftecijfers kunnen worden aangemerkt? Want de verschillen in sterfte door onze huidige epidemie zijn aanmerkelijk. Zo heeft de viering van kermis en carnaval in sommige streken grote invloed op het aantal slachtoffers gehad. Ook hechte gemeenschappen met weinig onderlinge controle op afstand bewaren verhoogden het ziekterisico.

Ik hoop dat door de toekomstige generaties ook gedacht zal worden aan het geneeskundige, verpleegkundig en ziekenverzorgde personeel dat bij de zorg is omgekomen. Zij stonden aan het gezondheidsfront. Wellicht verdienen zij als aandenken een monument om jaarlijks deze helden te eren, zoals nu ook voor de gesneuvelde militairen gebruikelijk is.

6 januari 2021